Foto’s kampioenschap CSVC

We zijn kampioen. Vorige week zaterdag werd HZVV met 5-0 verslagen en waren we definitief onbereikbaar voor de concurrentie. En wat er toen allemaal gebeurde, mensen. Een ontlading zoals zelden vertoond.

Ik ga het allemaal beschrijven: hoe Henk zijn kop liet kaalscheren en daarbij ook een halve wenkbrauw verloor, hoe een bezoek aan Ni Hao ontaardde in een foodfight en waarbij Udo de bril van Otsie met een lepel doormidden kliefde, hoe Michael werd platgedrukt door twee borsten, de striptease van de Booner en de wilde paringsdansen van Marcel.

Maar om het geheugen van iedereen op te frissen, hier alvast de foto’s.

Het kampioenschap is binnen handbereik

Nog drie punten moeten we bij elkaar sprokkelen om kampioen te worden. Met nog vier wedstrijden te gaan tegen teams die niet al te hoog geklasseerd staan, moet dat lukken. Zaterdag 5 mei in de thuiswedstrijd tegen HZVV krijgen we de eerste kans om de kampioensschaal te bemachtigen.

Voor Haiko is het nog maar de vraag of hij er op die zaterdag  bij kan zijn. Uitgerekend op die dag is zijn vriendin uitgeteld. Het gevaar bestaat dus dat hij samen met zijn lief de weeën aan het wegpuffen is, dan wel de placenta in de tuin aan het begraven is, terwijl de rest van zijn team aan het feestvieren is. Ik heb hem beloofd dat ik in ieder geval heel veel foto’s van alle feestelijkheden zal maken.

Haiko bekende gisteravond na de 4-1 overwinning op Staphorst dat hij tijdens de verwekking van zijn nageslacht niet een, twee, drie aan een kampioenschap had gedacht. “Ik had op dat moment toch wat anders aan mijn hoofd als je begrijpt wat ik bedoel.” Tuurlijk jongen, begrijpen we. Een kans op een wip laat je niet lopen, want je weet maar nooit wanneer de volgende is.

Hij wilde nog wel een ding van zijn hart. Rene en andere vaders hadden eerder in het seizoen meerdere malen tegen hem gezegd dat sex met een zwangere vrouw het einde is. “Vanaf vijf maanden weet je niet wat je overkomt. Dan vliegen de vonken eraf en willen ze altijd”, aldus Rene. Volgens Haiko was het gewoon een broodje aap. “Ik heb er in ieder geval niets gemerkt. Jullie hebben me bij de poot gehad. Ik voel me genaaid en niet zo’n beetje ook.”

Ook Richard Renkema zal er die dag niet bij zijn. Hij zit rond die tijd ergens in Noord-Holland voor een gezellig weekendje weg met zijn Roelien. “Heb ik weer”, mopperde onze voorstopper. “Kan ik eindelijk weer eens op de platte kar, moet ik zo nodig iets romantisch gaan doen.”

Iemand die er zeker wel bij is, is Bouke. Onze keeper zit een week later namelijk in New York en wil per se een week eerder kampioen worden. Vandaar dat Bouke tegen Staphorst een dijk van een wedstrijd keepte. Hij hield een penalty tegen en was heer en meester in de zestien.

Toch hadden we het eerste kwartier lastig tegen Staphorst. Een aardige ploeg met snelle voorhoedespelers waar Richard en Haiko het moeilijk tegen hadden. Na een 1-0 voorsprong waren het achtereenvolgens Richard Winter en Robert die fouten van hun zwakke keeper afstraften. Na rust maakte Arend de verlossende derde en vierde treffer.

Ik zeg: kom maar op met schaal

Een hoop gedoe om niets

Achteraf was het een storm in een glas water, zoals zo vaak in het voetbal. Een hoop gedoe om niets of om onze goede vriend Shakespeare nog maar eens van stal te halen: much ado about nothing.

Onze heethoofden Booner en Udo, want daar heb ik het over, dachten daar aanvankelijk heel anders over. Ze stonden nog net niet met gebalde vuisten tegenover elkaar, maar dat scheelde niet veel.

Wat was het geval? In de eerste helft van de wedstrijd tegen Genemuiden 7 maakte Udo na ongeveer een half uur een forse overtreding op een tegenstander. Ten minste zo leek het, want de speler jammerde als een mager speenvarken. Minimaal gescheurde enkelbanden en als ie pech had een gebroken kuitbeen dacht ik op dat moment. Uit voorzorg besloot Booner Udo uit het veld te halen. Ik vond dat niet erg, want ik was als reserve begonnen. Een woedende Udo daarentegen vond zijn wissel volledig onterecht.

En dat liet hij Booner luidkeels merken in de rust. “Waarom wisselde je me man, die vent stelde zich aan. Wat ben jij voor coach?” Hier had Udo overigens wel een punt, want de speler van Genemuiden liep vijf minuten na de overtreding weer als een kievit over het veld.

Booner: “Waarom, omdat je die vent bijna doormidden schopt. Hij had zijn poot wel kunnen breken.”

Udo: “Je bent niet goed bij je hoofd, man. Ben je dom of zo? Die vent is een toneelspeler eerste klas en jij trapt er met beide ogen in, droplul.”

Booner: “Jij bent zelf niet goed bij je hoofd en ik laat me niet uitschelden.”

Udo: O ja? Moet je opletten. Pannenkoek.”

Booner: “Als jij zo doorgaat, voetbal je niet meer in drie.”

Udo: “En als jij zo doorgaat, ben jij volgend seizoen geen coach meer, Je slaat een pleefiguur?

Booner: “”Goed. Jij voetbalt niet meer in drie.”

Udo: “Hé Booner, ik heb nieuws voor je. Dat bepaal jij niet, dat bepaal ik zelf wel.”

Booner: “Doe normaal man.”

Udo: “Doe normaal man? Doe zelf normaal man!”

Booner: “Je bent weer lekker bezig Van der Veen, nog een keer ..”

Udo: “Nee, jij ben lekker bezig.”

Booner: “dan is jouw carrière als voetballer in drie voorbij.”

Udo: “Ik voetbal nog liever in vijf dan dat ik als voetballer van drie naar jouw gelul moet luisteren.”

En zo ging het nog een tijdje door. Meestal worden zulke meningsverschillen na de wedstrijd uitgepraat, maar dat liep deze keer anders. Booner en Udo ontliepen elkaar en gingen beiden met de pest in hun lijf naar huis.

Ook een week later was de lucht tussen de twee kemphanen nog niet geklaard. Udo had niet gevoetbald, maar kwam nog wel even een biertje drinken. Bij binnenkomst liep hij ter hoogte van de klok tegen Booner op, waarna de discussie van voren af aan begon.

De rest van het team vond dat de twee zich niet zo moesten aanstellen. Rene: “Dat ouwehoert maar door. Het lijken wel twee vrouwen. Vroeger sloeg je elkaar gewoon op de bek waarna je een biertje dronk.”

Op een donderdagavond in de bar van de kantine, anderhalf week later, werd de vrede uiteindelijk getekend. Bij de tweede toenaderingspoging van Booner liet Udo weten dat ie wel weer in drie wil voetballen. “Oude dibbes, jongen. Zeg nou zelf. Ik kan wel boos blijven op die Booner, maar in vijf voetballen is natuurlijk nog veel erger.”

Een zeperd zonder gevolgen

Olympia’ 28 ligt ons niet. Na de tweede nederlaag tegen deze jonge ploeg in één seizoen lijkt die conclusie me gerechtvaardigd. Zaterdag gingen we met 2-4 opnieuw de bietenbrug op, nadat we in Hasselt al met 4-3 hadden verloren. Niet dat Olympia nou zo uitmuntend voetbalde. Het was vooral dat wij met zijn allen een offday hadden en daar profiteerde Olympia optimaal van.

Jeetje, wat waren wij slecht. Terwijl we de week ervoor tegen Genemuiden 7 juist heel goed hadden gevoetbald. Maar dat is voetbal hè. De ene week voetbal je de pannen van het dak en een week later schop je nog geen deuk in een pakkie boter.

Ikzelf had ook voortdurend ruzie met de bal. Na afloop vroeg Rene zich terecht af of ik soms met een strandbal aan het voetballen was. Wie dat wel eens heeft gedaan, weet wat die middag mijn euvel was: richtinggevoel. De bal vloog alle kanten op behalve de goede. Een schrale troost, ik was niet de enige.

Ook Bouke had zijn dag niet. Bij het tweede doelpunt liep hij zijn doel te snel uit, waardoor de razendsnelle spits van Olympia hem eenvoudig kon omspelen en scoren. Bij het derde doelpunt, een vrije trap net buiten de zestien, liet hij de bal onder zich door glippen. En bij het vierde doelpunt bevond hij zich op een plek waar hij weinig had te zoeken.

Dat vonden ze bij Olympia ook. Ik citeer even uit het wedstrijdverslag dat Olympia over de wedstrijd heeft geschreven. “Daniël kreeg de bal aan de linkerkant net over de middenlijn. Wat de keeper daar ook in één keer deed, snappen we niet, maar het doel was leeg, waardoor Daniël de bal eenvoudig over de lijn tussen de palen kon schieten.”

Gelukkig bleef de nederlaag zonder gevolgen. Concurrenten Genemuiden 6 en 7 en Staphorst verloren ook, zodat we nog steeds bovenaan staan. Feit blijft, als we in normale waren geweest, hadden we Olympia kunnen verslaan en onze voorsprong kunnen uitbouwen. Maar als bestaat niet en as is verbrande turf.

In de volgende blog: waarom de Boner en Udo al twee weken lang een meningsverschil hebben.

Pandemonium in een patattent

Het is zomaar een berichtje in de krant. Vervelende klant aangehouden voor mishandeling leest de kop. Een van de vele politieberichten die kranten maandag altijd publiceren over wat er in het weekend is gebeurd.

Vroeger, in een vorig leven toen ik nog journalist was, heb ik heel veel van zulke berichtjes geschreven. Maandagmorgen kreeg je op het politiebureau te horen wat er allemaal gebeurd was, waarna je terugging naar de redactie om wat politieberichten te schrijven.

Meestal ging het om knokpartijen in een disco, fietsendiefstal, vernielingen van auto’s of andere vormen van vandalisme. Het resultaat van testosteron in combinatie met teveel alcohol. Terwijl ik zo’n bericht aan het typen was, vroeg ik me regelmatig af: Hoe stom kun je zijn?

Dit bericht is er ook zo een. Voor wie het nog niet gelezen heeft, zal ik het integraal weergeven.

De politie hield in de nacht van zaterdag op zondag een 30-jarige Coevordenaar aan. De zwaar beschonken man werd ervan verdacht een 18-jarige medewerkster van een snackbar aan de Hoofdstraat in Emmen te hebben geslagen. Volgens de politie liep hij met een stalen patatbak over de straat en beledigde hij de eigenaar. Vervolgens spuugde hij in de snackvakjes, sprong hij over de balie en sloeg hij de medewerkster. De verdachte werd aangehouden en ingesloten.

Boontje komt om zijn loontje dacht ik nog toen ik las, toen nog niet wetende wie die 30-jarige Coevordenaar was. Maar als je dat wel weet en het een teamgenoot is,  dan ga je zo’n bericht met heel andere ogen lezen. Je krijgt er namelijk een gezicht bij. En dat is toch anders.

Woensdagavond op de training is de uitspatting van onze medespeler het gesprek van de dag. Hij is inderdaad die zaterdag samen met Henk en Michael Wiegmann in Emmen aan de boemel gegaan. Uiteindelijk belandden ze bij de Febo. Daar slaan bij hem de stoppen door. Een complete kortsluiting in zijn hersenpan is het gevolg.

Wat als een gebbetje begint, loopt finaal uit de hand. Eerst daagt hij het personeel uit door verschillende snackvakjes van de automatiek te openen en steeds zijn hand erdoor te steken onder het uitroepen van: ‘sla me dan, sla me dan’. Een medewerker probeert hem met een pollepel op zijn hand te slaan, maar is steeds te laat.

Even later zien Henk en Michael plotseling teamgenoot achter de toonbank staan. Hij is achterom via de personeelsingang naar binnen gelopen. Daar pakt hij de patatbak beet, houdt hem boven zijn hoofd en schudt deze een paar keer heen en weer, waarna hij met patatbak over de balie springt en naar buiten loopt.

De pret duurt maar kort, want al snel zijn enkele uitsmijters van nabijgelegen cafés ter plekke die hem tegenhouden. Even later is de politie ook op de plaats delicht die hem inrekent en hem afvoert naar het bureau. Daar wordt ie in een cel gesmeten. Zondagmiddag om drie uur wordt hij vrijgelaten.

Ons teamgenoot wil benadrukken dat hij de medewerkster niet heeft geslagen.

Een tumor en een bivak in Polen

Afgelopen woensdag maar weer eens getraind. De komende tijd nog in de zaal, want het is winterstop en dan wordt er buiten niet getraind. De opkomst was deze keer niet zo groot, elf man, waaronder Geert en Wouter Hein. De broers hadden informatie over hun vader.

Wie het gemist heeft. Roel  heeft een tumor in zijn hoofd. Ter hoogte van zijn slaap met een grootte van 5 cm. Maar  ik kan beter zeggen; hij had een tumor. De woensdag voor kerst lag Roel namelijk op de operatietafel, drie dagen later was hij alweer thuis met een kop vol krammen.

Volgens Geert en Wouter ging het goed met hun pa. “Hij ziet er alleen niet uit, maar daarvoor was hij ook al niet de mooiste van de klas”, aldus Geert. Over de vraag of het een goed- of kwaadaardige tumor is, konden ze nog niets zeggen. “Het staat momenteel op kweek en de uitslag daarvan is afwachten. Het is dus nog even geduld hebben”, wist Wouter.

De jongens waren er beiden redelijk monter onder. Neemt niet weg dat het wachten op de uitslag een verzoeking kan zijn. Ik kan erover meepraten, want mevrouw de Jong heeft jaren geleden ook een hersentumor gehad. Bij haar zat er een tumor op de linker oogzenuw.

Ook bij mevrouw de Jong werd een stuk uit haar schedel gezaagd, waarna de tumor werd verwijderd. Die tumor was gelukkig goedaardig. Wel is ze als gevolg daarvan nu blind aan een oog.

Nog even terug naar Geert. Hij vertelde dat hij binnenkort een paar weken op bivak naar Polen gaat. “Ja, als soldaat in opleiding kom je nog eens ergens. Nadeel is wel dat we met trein gaan. Drie dagen duurt de reis. Dat is wel lang.”

Geert zag nog wel een lichtpuntje in het verblijf in Polen “Het schijnt dat de Poolse hoeren flink goedkoper zijn dan hier in Nederland.” Kijk, dat is de spirit.

En we noemen hem Harrie

Sportief gaat het goed met ons. We staan bovenaan. De laatste wedstrijd wonnen we overtuigend met 6-1 van Hoogeveen 3 terwijl andere titelkandidaten als DESZ en Olympia plotseling wedstrijd op wedstrijd verliezen. Kortom geen reden tot klagen.

Maar sadder and wiser na de voorgaande jaren weten we dat we niet te vroeg moeten juichen. Want tot aan de winterstop gaat het meestal heel goed met CSVS3. Hoe anders is het na de winterstop. Dan begint meestal het grote klungelen en zijn we geen schim meer van de ploeg die voor de winterstop zo makkelijk voetbalde.

Dus nee, jullie horen mij nog niets zeggen over kampioenaspiraties of het reserveren van de grote platte kar. Allemaal veel te prematuur.

Wat anders. Sinds drie weken traint drie samen met twee. Daarvoor trainde het derde samen met vier en vijf, alhoewel trainen eigenlijk niet het goede woord is. Het kwam erop neer dat we na wat warmlopen aan een partijtje begonnen, 20 minuten fanatiek waren, waarna we nog een kwartiertje de bal heen en weer schopten, totdat iedereen er flauw van was.

Een situatie waar niemand eigenlijk blij mee was. Het voorstel om samen met twee te trainen op donderdag zag iedereen dan ook wel zitten. Niet alleen zou er fanatieker getraind worden, we kregen ook een echte trainer in de persoon van Gerrard Bruins voor ons neus. En ja, dat is een wereld van verschil, wel of geen trainer.

Gerrard zit er bovenop, zodat niemand kan verslappen en komt met gevarieerde trainingsvormen. Je bent echt anderhalf uur bezig. En dat geeft zowaar een echt tevreden gevoel na afloop.

Er is echter één probleem. Gerrard weet mijn naam niet. Zo werd ik tijdens de eerste training voortdurend Harrie genoemd. “Kom op Harrie, strakker inpassen” of “Goed schot Harrie.”

Vooraf aan de tweede training heb ik Gerrard toch maar even verteld dat ik geen Harrie heet, maar blijkbaar was hij dat snel vergeten, want het was al weer snel Harrie dit en Harrie dat. Gisteren bij de derde training was Gerrad zelfs vergeten dat ik Harrie heette, want hij vroeg aan een van de spelers van twee wie toch die speler met dat grijze haar was.

Tot overmaat van ramp vroeg Gerrard me bij het afsluitende partijtje voetbal ook nog of ik een verdediger of aanvaller was.Het is duidelijk: Gerrard heeft mij nog niet op zijn netvlies staan. Ik ben bang dat ik voorlopig nog niet van Harrie af ben.