Samenwonen is voor sukkels

Ik hoor meteen dat het een instant klassieker ïs. Eentje in de categorie van Ieder nadeel heb zijn voordeel, Je moet schieten, anders kun je niet scoren of Je moet het dak repareren als het droog is.

Uitspraken waarvan je denkt: waarom heb ik hem niet bedacht. Simpel in zijn eenvoud, maar als je er langer over nadenkt, besef je dat er een complexe theorie achter zit die jaren van studie vergen om de volledige finesse ervan te doorgronden.

Zo ook met deze uitspraak. Samenwonen is voor sukkels. Een zin met een mooi ritme en een aangename alliteratie. Het is Arno, links van me aan de bar, die deze zin over zijn lippen laat rollen na de vraag hoe het samenwonen hem bevalt.

Voor wie het nog niet wist, Arno woont sinds enkele maanden samen met zijn Britt. En dat is wennen, zegt Arno.

Ja, jongen, welkom in de wondere wereld van boodschappen doen, wil je alsjeblieft je troep achter je kont opruimen, plassen doen we vanaf nu zittend en mijn ouders komen vanavond op bezoek, gezellig hé, terwijl jij je die avond net hebt voorgenomen om alle Rocky-films te gaan bekijken.

Onlangs besloot ik een stukje te gaan rijden met mijn motor. Het was mooi weer, het zonnetje scheen, ideaal voor een klein tochtje. Helaas, ik kwam niet verder dan het industrieterrein in Coevorden. Een lege accu. Omdat ik geen zin had om vijf kilometer met een motor naar huis te lopen, besloot ik bij Arno aan te kloppen.

Bezweet kwam ik aan bij het huis van Arno. Een motor van 225 kilo weegt veel als je hem moet duwen. Ik belde aan. Na enige tijd deed Arno, gekleed in trainingsbroek, T-shirt en op slippers, de deur open.

Arno vertrouwde me toe dat ie samen met zijn vriendin de was aan het doen was.

“Dat is jouw synoniem voor een luie zondagmiddagwip?”, vroeg ik.

“Was dat maar zo”, verzuchtte Arno. “Er ligt nog een hele stapel sokken op me te wachten, dus het goed komt uit dat je er bent. Iets drinken?”

Terwijl Arno een cola inschonk, belde ik mevrouw de Jong op of ze me kon komen ophalen. Na een kwartiertje stond mevrouw de Jong al voor de deur.

Veel te snel volgens Arno die met tegenzin weer naar boven slofte.

Advertenties

Een makkelijke overwinning

Zaterdag moesten we tegen Zwartemeerse Boys. In het verleden altijd lastig, botbreuken, vechtpartijen, Sander die rennend om zijn doel wordt achtervolgd door zes spelers van Zwartemeer. Deze keer niets van dat alles, gewoon appeltje-eitje. Helemaal omdat Bas zo scherp als een mes was. Terug van het booreiland schopte en kopte hij er in de eerste helft drie ballen in.

En allemaal typische Bas-goals. Goals gemaakt door een speler die levensgevaarlijk is in de zestien. Geef hem een halve meter ruimte en je bent de sigaar.

Bas wil de ballen in de voet. Speel hem niet in de diepte aan, want dan kun je net zo goed zelf achter de bal aan sprinten. Grote kans dat je er nog eerder bent dan Bas, want snelheid is niet zijn gevaarlijkste wapen.

Bouke, onze vaste keeper was er niet, zodat Anton uit het vierde onder de lat stond. Anton is geen keeper en dat werd snel duidelijk. Bij de eerste beste corner voor Zwartemeer liet Anton een makkelijke bal á la Heinz Stuy, keeper van het beroemde Ajax-elftal begin jaren 70, als een hete kroket uit zijn handen vallen. Onze snelle 1-0 voorsprong was van korte duur.

Even later dacht Haiko dat Anton de bal wel zou oppakken, maar dat was een verkeerde inschatting van onze rechtsback. Dankjewel en pik in het is winter, zei de spits van Zwartemeer en trapte de 1-2 binnen.

Gelukkig was Bas er even later die met een simpele voetbeweging een voorzet van Rene bij de eerste paal binnen wist te tikken, 2-2.

Kort daarna soleerde Udo, een zeldzaamheid, de zestienmeter in. Net  er binnen werd hij neergelegd. Strafschop. Rene nam plaats achter de bal en scoorde de 4-2. Volgens Udo had ie de scheids bij de neus genomen. “Jongens, het was een regelrechte schwalbe, die vent raakte me niet eens, ik liet me gewoon vallen.”

Waarschijnlijk zei hij het iets te hard. Scheidsrechter vinden het niet leuk als ze een oor worden aangenaaid en dat zou Udo nog merken.

De tweede helft had weinig met voetbal te maken. Zwartemeer kon niet en bij ons lukte het niet. Zwartemeer kreeg nog wel een strafschop, nadat Udo hands had gemaakt in de zestien. Volgens een withete Udo kreeg hij de bal echter recht op zijn neus en dat liet hij scheidsrechter Bertus Ebelties dan ook uitgebreid weten.

“Scheids, hé scheids, ben je blind of zo, die bal kreeg ik niet op mijn hand, maar in mijn gezicht. Weet je wat jij moet doen, naar de opticien gaan en je ogen laten opmeten.” Ebelties was niet onder de indruk en bleef bij zijn besluit. Zwartemeer benutte de strafschop koeltjes, 5-3.

Udo daarna nog even fijntjes tegen de scheidsrechter: “En denk maar niet dat je na afloop bij ons aan tafel kunt zitten, scheids, want dat gaat mooi niet door. Je gaat maar lekker ergens anders zitten. Alleen!”

Met goals van Gerlof en Geert werd de eindstand 6-3.

Dennis rijdt in stijl

Dennis heeft een nieuwe auto. Een BMW Z3 Roadster. Een kek karretje, zilvergrijs met zwart leren bekleding, elektrische ramen, dubbele airbags, kortom the whole seabang. Afgelopen donderdag showt ie hem vol ingehouden trots op het sportpark. En ja, wij zijn onder de indruk. Een voor een klimmen we even in de cabrio, strelen zachtjes het soepele zwarte leer als ware het een vrouwenborst en schoppen tegen de bandjes. Ja, dit is een auto waarmee je voor de dag kan komen.

Volgens Henk, de Casanova van CSVC 3, is deze snelle bolide wel iets voor Paula Beukeveld, de schone langharige blondine die enige tijd de geliefde van Dennis was, maar zijn hart wist te breken door hem te dumpen. “Dennis, ik zweer je, als jij een keer met deze cabrio langs haar huis rijdt en aanbelt, dan valt ze zwijmelend in je armen. Wat ik je brom.”

Dennis grijnst, maar zegt niets. Ik kan me vergissen, maar ik zie hem na het noemen van haar naam toch even wegdromen. De vraag van Udo hoeveel kilometer de auto op de teller heeft, hoort ie niet meer.

Dennis is namelijk in gedachten al een flink stuk onderweg naar het huis van Paula. Hij parkeert de auto voor haar deur, belt aan en als Paula de deur opent, nodigt hij haar uit om een stukje te gaan rijden. Wonder boven wonder zegt ze ja, leuk en gaat direct met hem mee. Hij opent galant het portier voor haar en bij het instappen vangt hij een glimp van haar decolleté. Bij het wegrijden legt ze haar hand op zijn been en zegt dat ze hem heeft gemist.

“Hé Dennis, ouwe dibbes, ben je doof of zo, hoeveel kilometers heeft ie op de teller.” Udo’s vraag brengt hem weer terug in de werkelijkheid.

Op zaterdagochtend moet ik benzine tanken. Op weg naar huis zie ik bij een autogarage een zilvergrijze BMW Z3 staan. Ik trap op de rem. Heeft Dennis hem nu alweer ingeruild? Ik stap uit en maak een foto van de cabrio. Straks bij het voetbal maar eens even aan Dennis vragen.

’s Middags fiets ik in Coevorden op de rotonde bij het station als een auto me inhaalt. De bestuurder toetert. Ik kijk opzij en zie Dennis in zijn zilvergrijze BMW Z3 voorbijglijden. Alleen, maar wel in stijl.

Erotiek in de supermarkt

Vrijdagavond kom ik bij supermarkt De Boer Anton Nevels tegen. Anton is bestuurslid van CSVC en vergroeid met de club. We groetten elkaar en komen aan de praat.

Anton zegt dat hij geen hekel heeft aan boodschappen doen.

“Ik doe het niet vaak, maar als ik het doe kom ik altijd met veel te veel boodschappen thuis. Ik gooi die hele kar soms helemaal vol met lekkere dingen. Veel daarvan kunnen we dan na een paar weken weer weggooien.”

Hij neemt een trek van zijn sigaret.

“Weet je wat het leukste is van boodschappen doen?” Anton kijkt me schalks aan.

“Vertel”, zeg ik, benieuwd wat er komen gaat.

“Een beetje naar het vrouwelijk schoon in de winkel kijken. Vooral in de zomer, als het warm weer is en de dames luchtig gekleed gaan.”

“Dan baal je nu zeker wel dat het herfst wordt”, zeg ik.

Hij knikt peinzend. “Ja, bij koud weer is er beduidend minder te genieten, maar weet je, ik heb een geluk.”

“En dat is?”, vraag ik.

“Ik ben met weinig tevreden.”

We lachen. Anton groet me vriendelijk en duwt zijn kar langzaam richting ingang supermarkt.

Michael had een familiedag

Nog heel even teruggekomen op de familiedag van Michael. Uiteraard heb ik hem gevraagd hoe het was. Nou, dat viel niet mee.

Een van de programmaonderdelen was klootschieten. Een ronduit vervelend spel als je er niets bij kunt drinken. Dat vond Michael ook. Met een paar flesjes bier op zak dacht hij deze beproeving wel te kunnen doorstaan, maar daar stak schoonmoeder een stokje voor.

“Waar ga jij heen met dat bier?”

“Nou gewoon, klootschieten. Bij CSVC doen we dat ook op de familiedag en dan drinken we er gezellig eentje onderweg.”

“We zitten hier niet bij CSVC. Dus ook geen bier.”

“Maar dat is juist ..”

“Geen bier. Neem maar ranja!”

“Een biertje kan toch wel?”

“De koelkast is daar jongeman.”

Michael zucht eens diep. Hij denkt aan zijn teamgenoten die nu tegen Drenthina voetballen. Daar had hij het mannetje kunnen zijn met twee doelpunten.

Bierdrinken in Mokum

Afgelopen zaterdag hebben we gelijkgespeeld tegen Drenthina 5. Het eerste puntverlies in het nog prille seizoen.

Volgens Richard was het een bar slechte wedstrijd.

Dat kan. Ik weet het niet, ik was er niet bij. Ik zat in Amsterdam. Bier drinken met oude dispuutsgenoten.

Mijn dispuut bestaat dit jaar 25 jaar. Maar dat wordt pas over een half jaar gevierd.

Om dat te vieren hadden we afgesproken in de Doffer in de Jordaan.

Ik raakte daar in gesprek met Chantal, een dispuutslid.

Getrouwd, kinderen en een jaar geleden bijna het loodje gelegd na een infectie met complicaties.

Een tijd in het ziekenhuis gelegen, zwevend op het randje van de dood. Dat overleefd, maar wel haar baan moeten opgeven. Met veel moeite langzaam opgekrabbeld en nu weer puf om te gaan werken.

Ze zei: “Weet je, het voelt alsof ik een tweede kans heb gekregen. En daar wil ik van genieten.”

Heel goed, tweede kansen krijg je niet zo vaak in het leven.

Michael heeft een familiedag

Het is donderdagavond na de training. Samen met een paar teamgenoten kijk ik in de kantine naar PSV tegen Sampdoria. Udo, officieel Ajax-supporter,  kraait van plezier als de Italianen op een 1-0 voorsprong komen.

‘Hé, barman, gooi er nog eens voor iedereen gauw een slag bier in. Dit wordt een heel mooie avond.”

Haiko en Henk, officeel PSV-supporters, zeggen dat Udo uit zijn nek lult, dat PSV nog wel scoort en dat Ajax geluk heeft gehad dat ze niet met 7-0 van de mat zijn gespeeld.

“Dat zal allemaal best. Maar jongens, wij hebben slechts met 2-0 van Real verloren, Ajax was niet goed, maar we moesten tegen Real, een sterrenteam, daarvan verliezen is geen schande, maar thuis met 1-0 van Sampdoria, een matige middenmoter, verliezen, dat is pas erg.”

We krijgen het erover wie er zaterdag niet bij is. Een van de afwezigen is Michael. Hij heeft een familiedag zegt ie.

“Een familiedag?”, zegt Udo. “En daar zeg jij voor af! Je kan toch ook na het voetballen naar die familiedag gaan.”

“Nee, ik ben al jaren niet geweest, nu kan ik er niet onderuit.”

“Maar het is nota bene van de koude kant. Jongen, je gaat eerst lekker voetballen, je schopt er twee ballen in en dan ga je daarna naar die saaie familiedag. Ben je om zes uur hoog en droog bij je schoonfamilie. Wat zeg je ervan. Hebben we een deal?”

“Joh, ik zou wel willen, maar dat kan echt niet. Ik moet erheen.”

“Michael, Michael, luister, jongen, ouwe dibbes, je zegt gewoon tegen je vriendin dat je eerst gaat voetballen en dat je daarna komt. Zo moeilijk is dat niet, toch?

Michael zucht, schudt zijn hoofd, neemt een slok van zijn bier en zegt tenslotte: “Jongens, luister, jullie begrijpen het niet. Ik mag niet. Ik mag zaterdag niet voetballen van mijn vriendin.”

Een luid gelach vult de bar.

Tja, vrouwen en voetbal, het blijft behelpen.

Mevrouw de Jong was zaterdag pissig omdat ik te lang in de kantine was blijven zitten. Maandagavond waren we weer on speaking terms.

Onlangs was de vriendin van Haiko uit haar slof geschoten toen hij na een training om half een ’s nachts was thuisgekomen. Een boterham smerend aan het aanrecht had ze gevraagd wat hij aan het doen was.

“Een boterham aan het smeren, dat zie je toch.”

Dat was natuurlijk niet het antwoord dat ze verwachtte. Eigenlijk was de vraag waarom vriendlief zo laat thuis was gekomen, maar dat is de manier waarop vrouwen communiceren.  Met omwegen,  ze zeggen A, maar eigenlijk bedoelen ze B met als afgeleide C en D en dat moet je als man maar aanvoelen. Maar dat kunnen wij niet, want we zijn wie we zijn:  mannen. Nogal gevoelsarm en communicatief op een lager ontwikkelingsniveau dan de vrouw.

Nee, geloof mij: het blijft een mijnenveld, voetbal en vrouwen. Het is voorzichtig manoeuvreren. Meestal weet je de bermbommen te ontwijken, maar af en toe trap je er pardoes bovenop.

Mannen tegen jongens

Het waren mannen tegen jongens zei Martin Jol gisteravond voor de camera , nadat hij Ajax kansloos van Real had zien verliezen. Afgelopen zaterdag bliezen de jongens van WKE de mannen van CSVC 3 bijna van de mat. Ervaring, gogme en een portie geluk gaven evenwel de doorslag tegen jeudige overmoed.

Ja, WKE, we wisten weinig over dit team. Het ging om de A1 van vorig  jaar die nu met zijn allen naar de senioren waren overgegaan. Snotneuzen dus nog, maar  met de 6-0 overwinning op VEV hadden ze  in hun eerste wedstrijd  bewezen dat ze over een goed team beschikten. En waarschijnlijk ook over een goede conditie,  want die jonge gasten trainen natuurlijk minimaal twee keer in de week.  Om het verschil aan  te geven; wij trainen één keer in de twee weken. Of we trainen niet.

Het eerste kwartier van de wedstrijd waren wij de betere partij met een  aantal goede kansen voor met name Jos. Daarna kwam WKE beter in  de wedstrijd en kregen zij ook scoringskansen. Toch viel de 0-1 van  WKE toch nog onverwachts. Een dieptepass van WKE leek een  makkelijke prooi voor Bouke, onze doelman, maar hij  was te laat, waarna het voor een van de spitsen van WKE gemakkelijk scoren was.

Citaat Bouke: “Ik was niet te laat, de bal viel plotseling dood.” Tuurlijk Bouke.

Citaat Johan Cruyff: “Voetbal is simpel: je bent op tijd of je bent te laat. Als je te laat bent, moet je eerder vertrekken.”

We kwamen terug via een mooie vrije trap van Richard die strak in de linkerbovenhoek verdween. De 2-1 volgde binnen vijf minuten na een slim steekballetje van  Bram die door Jos koelbloedig werd afgemaakt.

Na rust was het eigenlijk alleen maar WKE dat de klok sloeg. We hadden het geluk dat we direct na de thee de 3-1 scoorden via Michael, maar WKE gooide daarna alles op de aanval. Conditioneel kregen we het moeilijker, waardoor we de bal niet in de ploeg konden houden en de ene na de andere aanval op ons doel afgolfde. Na een kwartier scoorde WKE de aansluitingstreffer, 3-2, waarna WKE furieus op zoek ging naar de 3-3. Die had er kunnen komen als ze een penalty hadden benut, maar de nummer 11, een van de betere voetballers van WKE, schoot over. WKE kreeg nog kansjes, maar daar bleef het bij.

Een mooie ploeg dat WKE. Ze gaan zeker hoog eindigen, maar krijgen het nog moeilijk tegen ploegen die hun fysiek in de strijd gooien.

Om Nescio te parafraseren: Jongens waren het, die van WKE, maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf.

En de bal rolt weer

De eerste competitiewedstrijd van het seizoen 201-2011, uit naar Klazienaveen, moest ik laten schieten vanwege een bedrijfsuitje. Zeilen in Friesland. Ook leuk, maar niet helemaal mijn cup of tea. Mijn afwezigheid werd in ieder geval niet als een gemis ervaren, terecht overigens, want Klazienaveen 4 werd vrij gemakkelijk met 3-1 verslagen. Dat is wel eens anders geweest. Maar dat is een verhaal dat ik later in deze blog nog wel een keer zal vertellen.

Oké, alvast een tipje van de sluier. In Klazienaveen houden ze van het betere schaafwerk en dan heb ik het niet over ambachtelijke houtbewerking op een schaafbank. En nog een gratis tip nu je dit toch leest: nooit het h-woord gebruiken tijdens een woordenwisseling, want dat vinden ze niet leuk.

Over leuk gesproken: humor hebben ze wel. Zo zei een speler van Klazienaveen ooit tegen mij: “Hé, opa, je kunstgebit klappert zo dat ik de fluit van de scheidsrechter niet kan horen.” Is weer eens wat anders dan het obligate “klootzak, als ie mie nog ene keer voorbij gaot, skop ik oe dwars doormidden” of woorden van gelijke strekking.

Voetbalschoenen