Het web is dood, leve het internet

Het wereldwijde web heeft zijn langste tijd gehad. Althans, dat is de mening van schrijver Chris Anderson in zijn artikel ‘ The web is dead, long live internet’ dat in het september-nummer van Wired werd gepubliceerd.

Volgens hem wordt het internet steeds vaker gebruikt voor transport naar nieuwe semi-gesloten platformen die zijn ontstaan door de technische ontwikkelingen van met name de mobiele computing. Door het grotere scherm van de smartphone en de ontwikkeling van allerlei mobiele apps heb je volgens Anderson geen browser meer nodig. We laten het open world wide web links liggen en in plaats daarvan gebruiken we apps die speciaal zijn ontworpen voor specifieke zaken zoals een krant lezen of het opzoeken van de dichtstbijzijnde pinautomaat in een vreemde stad. Een trend die zich de komende jaren zal doorzetten, omdat het voor alle partijen voordeel heeft. Consumenten zien het nut ervan in en willen voor deze apps betalen, producenten beseffen dat ze via deze semi-gesloten platformen gemakkelijk geld kunnen verdienen.

Volgens Anderson is deze ontwikkeling onvermijdelijk en is dit een patroon dat zich in de loop der geschiedenis steeds heeft herhaald. “Als een technologie wordt uitgevonden, zal deze zich verspreiden, en komen er allerlei partijen op die een deel van de koek willen, waarna er een concurrentiestrijd ontbrandt wie de controle over deze technologie krijgt.” Uiteindelijk blijven er een paar partijen over die de buit verdelen. Voorbeelden die Anderson in het artikel aanhaalt, zijn de spoorwegen, de telefonie en de elektriciteit. Ooit markten met talloze aanbieders, maar tegenwoordig gedomineerd door enkele aanbieders die de dienst uitmaken.

Voor het web geldt hetzelfde. In het begin was het vrijheid blijheid en trok het web allerlei gebruikers die steeds op zoek waren naar iets nieuws. Inmiddels is een hele generatie met internet opgegroeid en maakt het onderdeel uit van ons leven. De nieuwigheid van het web is eraf en we willen nu slechts diensten die ons leven vergemakkelijken. En daar willen we ook steeds vaker voor betalen. Anderson: “We willen dat TweetDeck onze Twitter-feeds organiseert, omdat het handiger is dan de normale Twitter-pagina. De mobiele app voor Google Maps op onze telefoon werkt beter dan de Google Maps-website op onze laptop. En we leunen liever achterover om boeken te lezen op onze iKindle of de iPad-app dan dat we voorover leunen om een boek op het computerscherm te lezen.”

Volgens Anderson blijft het wereldwijde web wel bestaan, maar krijgen we te maken met een verschuiving naar het app-model op rich media-platformen zoals de iPad. Op deze platformen zal de content slechts voor een klein gedeelte gratis zal zijn. Wil je meer content, dan moet je betalen. Een goed voorbeeld hiervan is het laatste idee van Rupert Murdoch, mediatycoon en onder meer uitgever van The Times. Hij heeft het plan om in Amerika een krant te lanceren die enkel en alleen op de iPad en smartphones gelezen kan worden.

Ook Google deed onlangs een duit in het zakje en publiceerde samen met telecombedrijf Verizon een pamflet hoe internet moet worden gereguleerd. Hoewel beide technologiebedrijven een warm pleidooi hielden voor het open internet, zijn ze van mening dat er voor het mobiele internet, een echte groeimarkt, geen regels nodig zijn. Bovendien mogen breedbandproviders speciale nieuwe diensten aanbieden via een alternatief gesloten internet dat duurder, maar ook sneller is dan het gewone internet. Hierbij moet je denken aan ‘geavanceerde onderwijsdiensten’ en ‘nieuwe entertainment- en gamesystemen’.

Ik denk dat Anderson deels gelijk heeft. Het internet en het wereldwijde web blijven zich ontwikkelen, waarbij mobiele apparaten de weg hebben gebaand voor de app-revolutie. Dat er daardoor gesloten en gecontroleerde platformen ontstaan waar poortwachters als Apple, Amazon, Google, Facebook van profiteren, nemen we voor lief. Het web zal echter ook blijven bestaan, maar dan vooral als de niet-commerciële variant waar iedereen zijn of haar voetafdruk kan achterlaten. En de browser? Die blijft voorlopig nog wel een tijdje onder ons. Niet alles wat Wired voorspelt komt overigens uit. Hetzelfde blad voorspelde tien jaar geleden al een keer dat de browser verleden tijd was.

 

Advertenties

The Social Network

Vanmiddag naar de The Social Network geweest. Goeie film, een aanrader. De vijf andere bezoekers vonden dat ook.

The Social Network is een film van regisseur David Fincher (The Fight Club) en gebaseerd op een script van Aaron Sorkin (West Wing), waarin een weinig positief beeld wordt geschetst van Mark Zuckerberg en zijn leven op Harvard University. Voor wie de afgelopen jaren onder een steen heeft geleefd, Zuckerberg is de oprichter van Facebook, de wereldwijd grootste sociale netwerksite met meer dan 500 miljoen gebruikers en een geschatte beurswaarde van ongeveer 25 miljard.

Zuckerberg, of Zuck zoals hij door vrienden wordt genoemd, komt in de film naar voren als een nerd die bezeten is van computers en het idee van Facebook heeft gejat van drie ouderejaars (de tweeling Tyler en Cameron Winklevoss en hun vriend Divya Narendra), die hem de opdracht geven om voor medestudenten een netwerksite te bouwen. Zuckerberg ziet de grote potentie in van het idee en bouwt stiekem zelf een eigen site die uitgroeit tot het huidige succesverhaal van Facebook.

De drie laten het er niet bij zitten en beschuldigen Zuckerberg van diefstal wat uiteindelijk jaren later tot een rechtzaak leidt die door Facebook wordt geschikt, in ruil voor naar verluidt 65 miljoen aan zwijggeld (overigens loopt er momenteel nog steeds een tweede rechtszaak die door de broers Winklevoss aanhangig is gemaakt). Medeoprichter Eduardo Saverin spant eveneens een rechtszaak aan en schijnt tussen de 600 en 1,3 miljard te hebben gekregen.

Zuckerberg komt in de film naar voren als een wat schuwe figuur, sociaal onhandig, totaal niet geïnteresseerd in geld, maar wel volledig geobsedeerd door zijn werk. Hij krijgt ruzie met de medeoprichters, vrienden en geldschieters. Op zijn eigen profiel is Zuckerberg terughoudend over zijn privéleven. Hij heeft drie zussen en in de lijst met vrienden staan zijn vader en moeder.

Zuckerberg heeft in een interview toegegeven dat hij “gruwt van het idee dat Hollywood een film van hem maakt, terwijl ik nog leef.” The New Yorker constateerde terecht het volgende: “De opmerkelijke paradox waarmee de film speelt, is dat ’s werelds populairste vriendennetwerk is geschapen door een man met een verschrikkelijk, bijna ziekelijk gebrek aan sociale vaardigheden.”

We nemen plaats in de wachtkamer

Na de 1-0 nederlaag tegen SVBO afgelopen zaterdag kunnen we onze kampioenaspiraties voorlopig weer even in de koelkast zetten. De nederlaag was onverdiend, maar daar koop je niets voor. SVBO wist geen enkele kans te creëren, maar hadden slechts de mazzel dat een voorzet vanaf links zo over Bouke het doel inzeilde. Verder was het voetballend die dag een armetierig elftal.

Niet dat wij veel beter waren. Ons euvel: tot de zestien gaat het goed, maar dan stokt de machine. We kregen een paar kansen, maar Michael en Bas produceerden slechts enkele rollertjes die de keeper van SVBO gemakkelijk kon oppakken. SVBO was vooral goed in verdedigen en dat deden ze hard en meedogenloos. Soms over het randje, de scheidsrechter had nog wel een paar gele kaarten extra kunnen trekken, maar wij hadden er niet een adequaat antwoord op.

In de eerste helft wisten we elkaar via redelijk goed combinatievoetbal nog te vinden. In de tweede helft trapten we in de val door de bal veel te snel naar voren te jagen, waardoor er voor Bas weinig eer viel te behalen. Daarbij zat Michael totaal niet in de wedstrijd, dat gaf hij in de rust ook aan, maar dat zit Mikael meestal nooit als de tegenstander er de botte bijl ingooit. Het kwikzilverige ontbreekt dan, de tegenstander wordt niet opgezocht en uitgedaagd en de bal gaat weer snel risicoloos terug naar een medespeler.

Gezienus, onze vlagger die zaterdag, legde de vinger op de plek. “Michael, je bent bang, dat is het. Daardoor voetbal je als een krant.”

Ja, als je tegen een ploeg moet voetballen die vliegende tackles hanteert, is de angst dat je een rotschop kunt krijgen niet bevorderlijk voor het spelen van een goede wedstrijd. Je bent minder fel, je trekt je voet net iets sneller in het duel en je gaat minder snel een mannetje voorbij, omdat er toch altijd in je achterhoofd meespeelt dat die doodschop eventueel kan komen.

Henk had ook niet zijn dag. Hij mekkerde tegen de scheidsrechter en speelde zijn eigen wedstrijd. Illustratief voor zijn spel was een voorval in de tweede helft. Henk maakt een overtreding en valt met zijn tegenstander op de grond. De scheidsrechter fluit, maar Henk is inmiddels samen met de SVBO-speler aan een partijtje vrij worstelen begonnen. Henk probeert een armklem, de speler van SVBO heeft een verwurging in gedachten. Leuk, maar met voetbal heeft het weinig te maken. Nee, Henkie Panky had het zaterdag ook niet.

Zaterdag zijn we vrij, omdat SC Erica 86 zich heeft teruggetrokken uit de competitie. Volgens Gerlof erg jammer, want “zelden zo’n lekker broodje hamburger gegeten als in de kantine van die club.” Daar heeft onze kleine man gelijk in. De hamburger speciaal is in Erica inderdaad niet te versmaden.

Nog even over Gerlof gesproken. Geruchten gaan dat hij volgend seizoen weer bij SVV gaat voetballen. Gerlof ontkent in alle toonaarden, maar iedereen weet hoe het spel wordt gespeeld. Altijd ontkennen totdat het contract is getekend. Onze coach onderzoekt momenteel of de transfer alvast in de winterstop kan plaatsvinden. Onze prijs: vijf kratten bier. SVV heeft voorlopig een tegenbod gedaan van twee kratten.

Plaatjes draaien

elpee Elvis Costello

Bij veel mensen is de platenspeler en de bijbehorende platencollectie allang naar zolder verdwenen, maar bij mij staat mijn Dual Elect Direct Drive nog steeds in de huiskamer te pronken. Sterker nog, ik draai nog geregeld platen.

Niets leuker dan wat snuffelen tussen je eigen platen, er eentje opzetten, een nummer draaien en een volgende kiezen. En dat dan een uurtje of twee achter elkaar. Totdat mijn zoons komen binnenstormen met de vraag of ze nog langer naar die oude meuk moeten luisteren. Ach, de jeugd van tegenwoordig. Zij kennen alleen nog maar een wereld van cd’s, mp3-tjes en iTunes.

Het boek dat het beste het gevoel van plaatjes draaien beschrijft is High Fidelity van Nick Hornby. De hoofdpersoon, Rob Fleming, is verslaafd aan popmuziek en is eigenaar van een slecht lopende platenzaak.  Hij stort zich van de ene in de andere relatie en legt lijstjes aan van zijn ex-vriendinnen. Eigenlijk heeft hij voor alles wel een top 5. Een top 5 aller tijden van de beste Cheers-afleveringen, een top 5 van platen om op een begrafenis te draaien, een top 5 Elvis Costello-nummers, een top  5 om sex op te hebben of een top 5 van mafia-films.

Goed, voor wat het waard is, hier mijn top 5 CSVC 3-wedstrijden van de laatste drie jaar:

  • CSVC 3- SCN 2 Een wedstrijd van vorig seizoen en ook onze beste wedstrijd. We speelden op de top van ons kunnen. Daarna ging het dat seizoen alleen maar slechter. Een kwestie van te vroeg pieken.
  • Klazienaveen 4 – CSVC 3 Een tumulteuze wedstrijd. Een slechte scheidsrechter  die het gierend uit de handen laat lopen en twee ploegen die van alles doen, maar weinig dat met voetballen heeft te maken. Henk en Sander zuigen dat het een lieve lust is en zijn dan ook na afloop het middelpunt van een opstootje waarbij er een paar flinke tikken worden uitgedeeld.
  • Staphorst 6 – CSVC 3 De wedstrijd waarin oud-speler Andre Maes zijn beroemde uitspraak doet. Staphorst komt halverwege de eerste helft op 1-0. Andre is pissig, want we voetballen als een dweil en hij laat dat Arno en mij fijntjes weten. Hij stapt op ons af zegt: “je moet het dak repareren als het droog is.” Arno en ik kijken elkaar vragend aan, want deze ietwat kryptische zin vraagt om uitleg. Die komt er ook want Andre mag in het veld graag met een medespeler discussiëren. Om te voorkomen dat we in een ellenlange discussie terechtkomen zeg ik na een minuut  tegen Andre dat hij gelijk heeft. Andre negeren en weglopen is er niet bij, want dan loopt Andre je achterna. “Hé niet weglopen, ik praat tegen je.” Er volop tegen in gaan zoals Henk graag mag doen, is ook niet verstandig, want dan ben je vijf minuten later nog steeds in conclaaf, terwijl de bal allang alweer in het spel is.
  • Erica 2 – CSVC 3 Drie kansen, drie doelpunten en een spits van Erica die vanaf de eerste minuut zeurt en zanikt, maar door Richard en mij volledig uit de wedstrijd wordt gespeeld door stug te verdedigen en af en toe een cake uit te delen.
  • Genemuiden 10 – CSVC 3 Ik was er niet bij, maar door de verhalen erom heen nu al legendarisch. Vergelijkbaar met de wedstrijd Heerenveen-Ajax op 7 mei 1950 toen Heerenveen en met name Abe Lenstra een 1-5 achterstand in het laatste half uur van de wedstrijd ombogen in een 6-5 overwinning. Ik weet nu al: over vijf jaar was ik er ook bij, over tien jaar was ik erbij en scoorde ik de winnende treffer.

Haiko scoort ook een goal, maar in het verkeerde doel

Haiko

Ik weet hoe het voelt om een eigen doelpunt te maken. Ooit toen ik bij Twedo in de A’s voetbalde, kopte ik een corner, tot mijn eigen verbazing, in eigen doel. Je wilt je nog net niet onder het gras verstoppen, maar een minuut lang voel je je de grootste sukkel van het westelijk halfrond. Dus als Haiko na tien minuten een voorzet van SVV in eigen doel schopt, begrijp ik wel waarom hij er zwaar de smoor in heeft.

Tot het eigen doelpunt lijkt het deze zaterdag helemaal geen lastige wedstrijd te worden. We ballen goed en hebben SVV onder de duim. Maar na het eigen doelpunt begint SVV beter te voetballen. Ze zijn fel op de bal, zetten onze middenvelders direct onder druk en met name de aanvoerder van de Schoonebekers is een mannetjesputter.

Het tweede doelpunt van SVV komt letterlijk uit de lucht vallen. Aan de treffer gaat een onnodige overtreding van Udo vooraf op het middenveld die zijn tegenstander onder de zoden probeert te stoppen. De vrije trap van SVV zeilt ons strafschopgebied in en lijkt gemakkelijk weggekopt te kunnen worden. Dat gebeurt niet. Een van onze spelers trekt zijn hoofd in, de bal valt voor de voet van een tegenstander die het cadeautje vervolgens dankbaar aanvaardt, 2-0 voor SVV.

Het foutenfestival is nog niet ten einde. Een te harde pass van SVV komt bij mij in de buurt. Als laatste man wil ik de bal al naar rechts openenen als plotseling Bauke vlak achter mij opduikt en los roept. En als een keeper dat roept, en Bauke helemaal, dan doe je dat.

Bram Nicolai weet wat er gebeurt als je dat negeert. Vorig seizoen zag Bram letterlijk sterretjes toen Bauke bij een voorzet los riep en de bal resoluut pakte. Dat hij daarbij Bram een oog dichtsloeg was een schoonheidsfoutje.

Enfin, Bauke komt uit. Ik ga aan de kant, Bauke geeft de bal een peer en schiet de bal van dichtbij tegen de spits van SVV aan, waardoor de bal met een grote boog in het eigen doel belandt. We staan met 3-0 achter, puur door eigen gepruts. SVV heeft zeggen en schrijven een kans gehad. Neemt niet weg dat ook wij hadden moeten scoren. Gerlof en Michael krijgen allebei een honderd procent kans die ze onbenut laten.

In de tweede helft zetten we SVV onder druk. Toch duurt het nog vrij lang voordat de 3-1 valt. Michael wordt op rechts de diepte in gescoord, wurmt zich langs enkele tegenstanders en scoort. Daarna zetten we nog meer druk op de tegenstander. Een paar minuten later krijgen we een vrije bal. Rene neemt de vrije trap die via de muur voor de voeten van Henk belandt die met een droge knal de 3-2 aantekent. We geloven er weer in. We hebben nog een kwartier om gelijk te maken.

Achterin besluiten we 1 op 1 te gaan spelen. Ik ga voorin als extra spits voetballen. Dat betaalt zich uit. We krijgen weer een vrije trap. Rene schiet opnieuw op doel. De bal toucheert de muur en valt iets voor de zestien voor mijn voeten. Ik kan zo vrij als een vogeltje de bal aannemen en scoor de 3-3.

Een miraculeuze wedstrijd met twee gezichten. Na afloop overheerst de opluchting dat we toch nog een punt hebben behaald. Een dag later realiseer ik me dat we twee punten hebben laten liggen.

Nog even over het eigen doelpunt van Haiko. Speciaal voor hem heeft Richard aan de wedstrijdstatistieken de rubriek Eigen doelpunten toegevoegd. Voetbalhumor.

Mevrouw de Jong is in haar nopjes

Het achterf is opnieuw bestraat

Mevrouw de Jong is in haar nopjes. Het achtererf ligt er sinds dinsdagavond namelijk superstrak bij. En dat doet haar deugd.

Mij ook, want een tevreden vrouw is een kostbaar goed.

Waarschijnlijk was het vermoeidheid, maar diezelfde avond liet ik mij ontglippen dat er voorlopig niets meer te klussen viel. Dat had ik dus beter niet kunnen zeggen.

Een dag later begon mevrouw de Jong heel voorzichtig over het verplaatsen van het kippenhok naar waar nu het houthok staat en op de plek van het kippenhok zou dan een mooie wagenschuur kunnen komen. “Dan kan ik daar mijn auto onder zetten en hoef ik in de winter de ruiten niet meer te krabben.”

Jullie mogen drie keer raden wie dat mag gaan doen.

De stapel puin achter de stal

Goed, dat is van latere zorg. Eerst maar eens de berg puin achter de stal opruimen en de fietsenschuur opknappen. En de stapel bomen in de boomgaard die nog verzaagd moeten worden tot brandhout. En de werkkamer die geschilderd moet worden. En de trekhaak die nog steeds onder de CX moet.

Een echte vent schijt niet in het donker

toilet

“Weet je waar ik een enorme hekel aan heb?”

Ik kijk Udo verwachtingsvol aan. Het is donderdagavond na de training en ik drink met wat jongens van CSVC 3 nog een biertje in de kantine.

“Schijten in het donker.”

Ik schiet in de lach. Ik had veel verwacht, maar dit niet.

“Ja, lach maar ouwe dibbes,  maar zo is het wel. Daarom heb ik ook een gruwelijke pest aan toiletten met van die bewegingssensoren. Een ramp man. Hier bij CSVC hebben ze die dingen ook in de toiletten. Zit ik hier onlangs een keer heerlijk op mijn gemak, gaat het licht uit.”

“Ja, en toen?, vraag ik.

“Wat denk je? Bewegen natuurlijk. Ik zwaai met mijn armen in de lucht, maar dat licht gaat maar niet aan.”

“Udo, wat is het probleem? Je kunt toch ook in het donker je boetseerwerk afmaken?”

“Arjen, je snapt het niet. Een echte vent schijt niet in het donker. Dat doe je gewoon niet. Ik wil zien wat ik aan het doen ben.”

“Waarom zou je dat willen.”

“Dat doet toch iedereen. Je wilt toch zien wat je geproduceerd hebt. En hoe lang je nog moet vegen.”

“Oké, daar heb je een punt. Maar hoe is het afgelopen met dat toiletbezoek?”

“Nou, dat zal ik je vertellen. Ik zit dus op die pot met mijn mijn broek op de enkels. Ik moet nog vegen, dus opstaan is geen optie. Ik denk bij mezelf: wat kan ik nog doen om het licht weer aan te krijgen. Krijg ik echt een lumineus idee. Ik pak op de tast een wc-rol en gooi die over de toiletdeur in de hoop dat het licht weer aanfloept. Nou, mooi dat er niets gebeurt. Ik gooi nog een rol, weer niks. En op het moment dat ik de derde rol gooi, realiseer ik me: oeps, dat is de laatste rol. Ik heb niets meer om mijn kont af te vegen.”

“Shiiiit.”

“Inderdaad, dat dacht ik ook.”

“Wat heb je toen gedaan?”

“Dat wil je niet weten, ouwe dibbes, maar degene die ik daarna een hand heb gegeven, was niet blij, haha.”

Een gelijkspel was het hoogst haalbare

SC Erica 2 was zaterdag onze tegenstander. Ik moest afzeggen, want ik had mijn handen nog vol aan het achtererf. Maar daarover straks meer.

Eerst de wedstrijd. Ja, mensen, er valt niet veel over te zeggen. Het was een beetje zoals dominee Gremdaat het vroeger regelmatig verwoordde. Wel willen, maar niet kunnen. Dat was het gevoel dat achteraf overheerste bij mijn ploeggenoten.

Volgens Udo hadden we maar twee kansjes gehad. “En dat was het oude dibbes. We hebben vandaag geen ene deuk in een pakkie boter kunnen schoppen. Een gelijkspel was het hoogst haalbare. Meer zat er vandaag niet in. Maar ook Erica heeft nauwelijks kansen gekregen. Het is dat de Booner (de bijnaam voor onze leider Marco Boonstra) voor de verandering eens voor buitenspel vlagt, anders had Erica ook nog gewonnen. Nee, oude dibbes, we mogen blij zijn met dit puntje.”

Komende zaterdag moeten we tegen de huidige koploper: SVV ’04 uit Schoonebeek. Ze staan twee punten voor. Volgens Gerlof is het een mengeling van ervaren rotten en jonge honden. We gaan het zien.

achtererf zonder klinkers

In plaats van een lekker potje voetbal tegen Erica, had ik zaterdag opnieuw een vermoeiende klusdag. De klinkers waren er inmiddels uit. Mede dankzij Rene, Haiko en Henk die zo aardig waren om anderhalf uur van hun woensdagavond op te offeren. Opvallend trouwens dat je aan de manier waarop iemand stenen in een kruiwagen gooit, kunt afleiden wat zijn beroep is.

Rene zit in de transportsector en dat is toch een branche van de gestampte pot en dat zie je terug. Hij flikkerde die stenen echt kris kras in de kruiwagen. Henk, accountant, een beroep van heel veel regeltjes, vleide de stenen een voor netjes naast elkaar. Haico, projectbegeleider bij een wegenbouwer, gooide de stenen ook onvervaard in de kruiwagen, maar stapelde ze vervolgens in zulke ingewikkelde patronen op dat het bijna kunst werd.

pallets met klinkers

Goed, zaterdag was boomworteldag. Om te voorkomen dat de stenen na verloop van tijd door de boomwortels omhoog worden gedrukt, moest ik de wortels eruit kappen. En dat is me een partij vermoeiend. Ik zeg het niet snel, maar dan is winkelen met je vrouw een plezierig uitje. Vier uur ’s middags was het achtererf eindelijk wortelvrij. Ik had spierpijn op plekken waarvan ik niet wist dat er spieren zaten, maar mevrouw de Jong was zeer tevreden.

Vandaag is er drie kuub zand gebracht. Morgen komen de stratenmakers.

Liesklachten

Sinds begin april van dit jaar heb ik last van mijn lies.

Ik besluit een paar wedstrijden niet te voetballen. De pijn verdwijnt langzaam. In de zomermaanden doe ik niets niets aan sport. Het lijkt de goede kant op te gaan, maar tijdens een wedstrijdje flessenvoetbal tijdens de vakantie in Engeland, krijg ik toch weer last van mijn lies.

Terug in Nederland toch maar naar een fysio gegaan. Ik kom bij Berend Klompsma terecht. Al jarenlang fysiotherapeut in Coevorden en gespecialiseerd in sportblessures. Berend ziet al snel wat er aan de hand was. Mijn rechterbekken staat scheef. Daardoor krijg ik last van een spier die van achter over het bekken schuin naar voren naar je lies loopt.

Berend zet met wat trek- en duwwerk mijn rechterbekken weer in de goede positie. De pijn is direct minder. Voorzichtig begin ik weer met voetbal en dat gaat goed. Wel heb ik na afloop van het voetballen soms nog een dag een wat pijnlijke lies, maar daar valt mee te leven.

Vier weken na de eerste behandeling ga ik nog een keer naar Berend, omdat de pijn in de lies nog niet helemaal weg is. Berend inspecteert de boel. Mijn bekken staat nog goed, maar hij ziet dat buigen naar rechts iets minder makkelijk gaat als buigen naar links. Hij duwt en trekt nog een keer hard aan mijn heup.

Ik zeg dat ik aan de zijkant van mijn rechterheup soms pijnuitstraling naar beneden heb. Ik moet op mijn buik gaan liggen. Berend duwt met een vinger op een spier ter hoogte van mijn rechterheup. “Doet dat pijn?” Ik kreun van ja. Berend is niet zachtzinnig en duwt nog wat harder. “En daar?” Ik kreun ook wat harder.

dry needling

Berend vraagt of ik bang ben voor naalden. Ik zeg nee. “Mooi, zegt Berend.” Hij pakt een dunne flexibele naald. “Deze naald steek ik in de spier. Die spier doet pijn omdat ie niet goed ontspant. Door met de naald een zogeheten triggerpoint (spierverharding) aan te prikken, ontspant de spier zich en moet de pijn verdwijnen.”

Berend duwt de naald naar binnen. Ik voel niets totdat hij het triggerpoint bereikt, waarna ik in de spier een lichte trilling ervaar. Berend steekt nog een keer en opnieuw ervaar ik in dezelfde sensatie. Berend: “Op zich is dit een goed teken. De spier ontspant zich. Bij sommige mensen gebeurt er niets en moet je opnieuw prikken. Sommige fyisiotherapeuten zijn van mening dat je net zolang moet prikken, totdat de spier zich ontspant, maar als dat betekent dat je 30x moet prikken, dan kun je je afvragen of dat voor de patiënt nog wel zo prettig is.”

De behandelmethode die Berend gebruikt heet dry needling. Een specialisatie die in Nederland relatief onbekend is.

Van mijn lies heb ik bijna geen last meer. De uitstralingspijn bij mijn rechterheup keert af en toe terug. Misschien toch nog een keer Berend bellen.

Haalt Geert nog wel de Ganzenmarkt?

Ik moet het hier even over CSVC 1 hebben, want, verdikkie jongens, dit gaat niet goed zo. Vijf wedstrijden gespeeld en er zijn pas drie magere puntjes bij elkaar gesprokkeld. Dit is de slechtste seizoenstart van CSVC ooit.

Alleen de eerste wedstrijd werd winnend afgesloten, de overige vier gingen kansloos verloren. Voorlopig staat het vlaggeschip van de vereniging diep in de kelder van de derde klasse D. En dat is niet goed, hé. Ten minste, als je aspiraties hebt om kampioen te worden.

Ja, en waar ligt dat nou aan? Nou dat is niet zo moeilijk. Om nog maar eens Johan Cruyff te citeren: “Je moet altijd zorgen dat je een doelpunt meer scoort als de tegenstander.”

En dat gebeurt nou net niet. Kijk naar de cijfers, die spreken boekdelen. Twee doelpunten voor en 15 tegen. CSVC 1 is de ploeg met het minste aantal doelpunten voor. Tuurlijk, het vertrek van Willem Assies is moeilijk op te vangen. Een spits die er meer dan 25 inschiet, is goud waard. Vind daar maar eens een adequate vervanger voor. Neemt niet weg dat twee doelpuntjes in vijf wedstrijden wel bar weinig is.

Inmiddels begint de vijfde colonne zich te roeren. En we weten allemaal, als die er zich mee gaat bemoeien, dan is Leiden in last en moet de trainer oppassen dat er niet aan zijn stoelpoten wordt gezaagd. Zo werd zaterdag in de kantine al hardop de vraag gesteld of trainer Geert Prins de kerst gaat halen. Drie rondjes later was de vraag nog iets scherper gedefinieerd: haalt Geert nog wel de Ganzenmarkt?

Volgens een grapjas is het lek inmiddels boven. Na respectievelijk een 5-0, 4-0 en 3-0 nederlaag gaat CSVC1 zaterdag met slechts 2-0 verliezen. En als deze reeks consequent wordt doorgezet, wint CSVC1 zijn laatste wedstrijd van het seizoen met 15-0.

Kijk, ik hoop uit de grond van mijn hart dat CSVC 1 komende zaterdag de pannen van het dak voetbalt en Tonego 1 met een nulletje of vier het Grote Enge Bos instuurt, maar na vier nederlagen is het moreel van de jongens waarschijnlijk niet optimaal.

Wat Geert en zijn jongens nodig hebben, is een wonder. Niet zomaar een wonder, maar een wonder waar nog jaren over wordt gesproken en die mythische vormen zal aannemen. Eentje in de categorie Bern, 1953. Duitsland verslaat in de finale van het WK het onverslaanbaar geachte Hongarije met 3-2. Of Klazienaveen-Noord 2003. CSVS 4 speelt 6-6 gelijk tegen VEV2  na een 5-0 achterstand met de rust.

Dus CSVC1, het is aan jullie. Speel zaterdag met een groot leeuwenhart, strijd voor elke meter en laat het mirakel van Tonego gebeuren.