Flipperen in Steenwijksmoer

“Zeg de Jong, wanneer gaan we nou eens bij jou flipperen?” Deze vraag wordt me de laatste tijd regelmatig gesteld. Helemaal nu de oude bakkerij door de jongens en meiden van Eigen huis & Tuin is omgetoverd tot een heuse flipperruimte.

Maar je teamgenoten bij je thuis uitnodigen is net als een wedstrijd van Feyenoord. de uitkomst is ongewis. Ik ken mijn pappenheimers.

Zonder drank zijn het allemaal respectabele burgermannen, beschaafd, netjes met twee woorden sprekend, geen onvertogen woord komt over hun lippen, maar met een aantal biertjes op krijgt deze groep een heel eigen dynamiek.

Vraag dat maar aan Bouke. Voor je er erg in hebt, zuipen ze alle drank uit je kelder op, inclusief dat ene dure wijntje uit 1987, rolt de een zich op in een vloerkleed, gaat de ander met de buurvrouw ‘een bakkie doen’ en lenen ze ook nog een kruiwagen bij de buren aan de overkant om in de Gevel te komen.

Of vraag het Udo. Op zijn verjaardag werd de strijkplank gepromoveerd tot surfplank om van de trap te glijden. Sindsdien heeft de strijkplank aan het ene eind een knik van 30 graden.

Maar belofte maakt schuld. Dus heren, en dit geldt ook voor onze twee vaste supporters die trouw al onze wedstrijden bezoeken, op zaterdagavond 12 maart is het flipperen in Steenwijksmoer.

Als opwarmertje gaan we eerst lekker voetballen in Zwartemeer. Wie daarna nog kan lopen, mag zijn geluk komen beproeven op de Twilight Zone, Tales from the Crypt en nog enkele andere fraaie flipperkasten.

En nee, sorry, Rene, die paaldanspaal is er uiteindelijk niet gekomen. Dus ook geen paaldanseres.

Let’s play ball!

De man die alle bordelen in Nederland kende

Ria's menclub

Ik ben niet de enige die onlangs naar Friesland is geweest. Ook Anton was er niet zo lang geleden zo vertelt hij zaterdag in de kantine. Het waarom en hoe van de trip versta ik niet, want Dennis valt Anton in de rede.

“Ik vind het maar raar volk die Friezen. Die lui praten onderling gewoon Fries met elkaar terwijl jij erbij staat en ze weten dat je er geen reet van verstaat. Dat vind ik onbeschoft. Zo ga je niet met mensen om en zeker niet met een Jannink. Een Jannink verdient respect.”

Anton zegt dat je beter Friezen dan Groningers kunt hebben. “Met Groningers weet je het maar nooit.”

Dennis zegt dat je het met Friezen én Groningers nooit weet.

Ik zeg dat mijn schoonmoeder Fries is en in Groningen heeft gewoond.

Anton vertelt een mop over een Fries, een Groninger en een neger die in het ziekenhuis zitten te wachten op hun vrouwen die tegelijkertijd aan het bevallen zijn.

Dennis bestelt nog een rondje bier, Anton krijgt zijn derde rooibosthee.

Anton zegt dat ie tijdens zijn tripje naar Friesland een aannemer tegenkwam die regelmatig met een cliënt naar het bordeel ging. “Die man vertelde dat hij inmiddels alle bordelen in Nederland kende.”

We laten op ons inwerken hoeveel bordelen dat wel niet zijn en hoe lang je erover moet doen om alle bordelen in Nederland te leren kennen.

Anton neemt een slokje van zijn rooibos en zegt daarna: “Toen ik hier in Coevorden voor het eerst in het bordeel kwam, schrok ik me te pletter. Kom ik binnen, zitten de gebroeders Hazelaar aan de bar. Ik ben er maar gezellig bij gaan zitten. Ik dacht altijd dat alleen de gewone man naar het bordeel ging, maar daar heb ik me danig in vergist. Het zijn vooral mensen met geld ben ik achter gekomen.”

Jaren, jaren geleden, toen ik mevrouw de Jong nog het hof maakte, kwam ik op de fiets naar huis altijd langs een sexboerderij aan het Stieltjeskanaal. Het was er nooit druk, heel soms stond er op de parkeerplaats een auto, vaak een Mercedes met een Duits nummerbord. Waarschijnlijk hield de Duitser het ook voor gezien, want op een gegeven moment stond de boerderij te koop.

Toen ik later in Amsterdam studeerde en in Oud-West woonde, deed ik altijd boodschappen bij de Albert Heijn op de Overtoom. Iets verderop, richting het Surinameplein zat ook een bordeel, Ria’s Menclub. Ooit zag ik daar op een middag Herman Brood naar binnen gaan. Wie me  niet gelooft, moet maar eens het eerste hoofdstuk van Bart Chabot’s Broodje Gezond lezen. Daarin beschrijft Chabot hoe hij en Brood een bezoek brengen aan Huize Ria.

Op naar de rechtbank

Vrijdag was ik in de rechtbank in Leeuwarden.  Ja, als BN’er kom je nog eens ergens. De reden was overigens feestelijk van aard en had niets met een strafrechtelijk vergrijp mijnerzijds te maken.

Een vriend van mij is namelijk een paar maanden geleden als rechter begonnen en vrijdag vond de inauguratie plaats. Ik erheen samen met nog een paar oude studievrienden.

In de taxi op weg naar de rechtbank kwamen we erachter dat niemand een cadeau had meegenomen. Stom, stom, stom. Mijn cadeau lag nog in Steenwijksmoer in de werkkamer. Om niet met lege handen aan te komen, doken we snel de Kijkshop in, de plek om een origineel cadeau te kopen. En dat vonden we ook, zijnde een mooi minitafelvoetbalspel voor het luttele bedrag van 19,95.

De inauguratie had helaas weinig om het lijf en ceremonieel viel er dan ook niet veel te genieten. In plaats van pracht en praal mochten we naar drie toespraken luisteren. Een was matig, een ronduit saai en de laatste kon er mee door.

Gelukkig was er na afloop een stevige borrel, gevolgd door een bezoek aan een  Japans restaurant met veel vis en wijn, want zoals mijn moeder zaliger ooit al zei: vis moet zwemmen. Nou dat deed ie dan ook.

Omdat we er toch waren zijn we ook nog maar even naar de kroeg geweest. Kortom, het was ronduit gezellig in Ljouwerd.

Mochten jullie binnenkort op Marktplaats een tafelvoetbalspel tegenkomen dat je in Leeuwarden kunt ophalen, dan weet je met wie je van doen hebt.

Ongedurig, humeurig en mopperig

Ik merk het aan mijn humeur als ik een tijd niet heb gevoetbald en mijn omgeving wordt daar de dupe van. Ik word ongedurig, humeurig en mopperig. Volgens mevrouw de Jong verander ik langzaam in een crumpy old man. Ik kan haar daar geen ongelijk in geven. Te weinig sport is funest voor mijn gemoedstoestand.

Als de winterstop begint, ben ik daar altijd wel blij mee. Even geen voetbal, even geen bezoek aan de kantine, tijd om op zaterdagmiddag iets anders te doen. Maar als de feestdagen zijn geweest en januari in februari overgaat, mag het voetbal zo langzamerhand wel weer eens beginnen. Ik krijg honger naar de bal en dan heb ik het niet over een gehaktbal met saté.

Een beetje trainen in de zaal op woensdag is dan niet meer genoeg. En ook een potje tennissen op zondag is niet voldoende.

Van het weekend kwamen de signalen van mijn honger naar de bal luid en duidelijk door. Ik mopperde op van alles: over de waterschapsbelasting, over de vele rekeningen die altijd in het begin van het jaar op de mat vallen en dan moet de WOZ-aanslag nog komen, ik mopperde op het weer, ik mopperde op het feit dat mijn zoons altijd hun fietsen zomaar in de schuur neerkwakken, ik mopperde op de katten die in de kattenbak hadden lopen schijten en dat ik ze weer kon schoonmaken, ik mopperde kortom op van alles. Een paar uur houthakken was niet genoeg, ik bleef knorrig.

Zondagavond was het toppunt toen ik wilde inloggen op de site van de Belastingdienst. Mijn wachtwoord werd niet geaccepteerd. Ik werd nog net niet schuimbekkend afgevoerd in een dwangbuis, maar ik was heel dichtbij.

Om mezelf in bescherming te nemen ben ik 6 km gaan hardlopen. Van de Hoofdweg in Steenswijksmoer richting de Ballast in Coevorden, over de brug bij het Zwinderskanaal naar Coevorden, rechtsaf over het industrieterrein langs onder meer Petstra Sport, de Praxis en Langenberg Motors, bij de rotonde rechtsaf over de ventweg richting De Krim en 100 meter na het viaduct weer na Steenwijksmoer. Mijn humeur was na afloop direct beter.

Nog drie weken en dan staat de wedstrijd CSVC3-VEV2 op het programma. Zelfs mevrouw de Jong verheugt zich op het einde van de winterstop.