Arno slaat als een wijf en krijgt rood

Dat Arno eruit werd gestuurd in de wedstrijd tegen SVBO (2-2) vonden we na afloop niet eens zo erg. Het was vooral de manier waarop hij zijn tegenstander had geslagen. In plaats van een flinke muilpeer uit te delen, sloeg hij de tegenstander met zijn vlakke hand in het gezicht.

Terecht dat de SVBO’er van deze bitch slap niet echt onder de indruk was. En die reageerde zoals je van iemand uit Barger-Oosterveld kan verwachten. Vol erop, zonder mededogen. Voor Arno er erg in had, werden zijn benen onder zijn kont weggeschopt, waarna hij op zijn rug op het gras belandde en nog een paar rake klappen mocht incasseren.

Daarna volgde het gebruikelijke tafereel. Voetballers met teveel testosteron stormden direct met zijn allen op de twee kemphanen af om vervolgens als een grote groep aan elkaar te gaan trekken, duwen en schelden. Toen na enkele minuten het stof was neergedaald, werden Arno en zijn directe belager er allebei met rood uitgestuurd.

Achteraf beklaagde Arno zich dat het wel erg lang duurde voor wij hem kwamen helpen. “Ik lag op de grond, keek omhoog en zag alleen maar geelzwarte shirts. Nergens een CSVC’er te bekennen. Ik moest het in mijn eentje opnemen tegen vijf boeren. En dat zijn dan je teamgenoten. Ik voelde me een echte Remy.”

Over de wedstrijd valt verder niet veel te vertellen. We kwamen twee keer achter door knullig verdedigen, maar gelukkig was Marcel twee keer trefzeker, zodat we toch nog een puntje aan de wedstrijd overhielden.

Algemene conclusie na afloop: matig voetbal van beide teams, de weddenschap breekt Michael op en Arno slaat als een wijf.

Advertenties

We hebben niets in the pocket en de wedstrijd al helemaal niet

“Hé Boonstra, zit niet zo te zeiken. Als je het allemaal zo goed weet, ga je toch lekker zelf voetballen, lamlul.” Het is Udo die uit zijn vel springt. Even daarvoor is Zwartemeer op 2-2 gekomen en Marco heeft vanaf de kant tegen Udo geroepen dat ie beter moet gaan voetballen en dat ie als een oud wijf zit te verdedigen.

Udo sputtert nog wat door, maar ik heb niet veel tijd om naar hem te luisteren, want daar komt Zwartemeer alweer aangestormd. Daar waar we de wedstrijd de eerste helft onder controle hadden, worden we in de tweede helft op alle fronten afgetroefd. Zwartemeer dicteert de wedstrijd en wij hangen als een bokser amechtig in de touwen.

En het begon zo goed. Al na vijf minuten komen we met 1-0 voor, nadat ik op de rand van de zestien op doel schiet. Ik raak de bal echter volledig verkeerd. In plaats van een vlammend schot, huppelt de bal recht op de keeper af. Maar ik weet niet wat het is, maar de bal gaat plotseling een eigen leven leiden.

Dat lijkt vreemd, maar dat is het niet. Het is namelijk lekker weer, de zon schijnt, de bal voelt het lentezonnetje op zijn kale bol en dat doet hem goed. Hij heeft voor de verandering nu eens niet zo’n harde schop van achteren gekregen. Nee, dit was meer een aai en dat waardeert ie. Van pure vrolijkheid maakt ie af en toe een lekker hupje en zo stuitert ie lekker naar het doel. Vlak voor de keeper, gooit ie er een extra hupje in, maakt een lange neus naar de keeper en rolt tot grote verbazing van heel Zwartemeer gewoon lekker het doel in. Hatsiekidee!

Dat is makkelijk verdiend en als Arno de bal even later ook nog binnenkopt, staan we mooi met 2-0 voor. Zwartemeer is totaal niet gevaarlijk en komt er niet aan te pas. Het team wisselt vaak, binnen een kwartier hebben ze al vier nieuwe spelers binnen de lijnen, maar ze gaan er niet beter van voetballen. Wij koesteren de voorsprong en proberen er nog eentje in te prikken.

Michael neemt een voorzet in een keer op zijn schoen, maar de bal verdwijnt richting Duitse grens. Nee, Michael, verkeert in een existentiële vormcrisis en daar komt ie dit seizoen waarschijnlijk ook niet meer uit.

In de rust is de stemming goed. Marco waarschuwt dat we er nog niet zijn en dat we ook in de tweede helft geconcentreerd moeten blijven. Het lijkt aan dovemansoren gezegd. Udo verwoordt de stemming: “Boonstra, ouwe dibbes, wat kan er nou nog misgaan. Die gasten schieten nog geen deuk in een pakkie boter. Wij hebben de wedstrijd in de pocket.”

De tweede helft is nog maar net begonnen of Michael krijgt een dot van een kans. Maar ook deze is niet aan hem besteed. In de tegenaanval die daar direct op volgt, scoort Zwartemeer de aansluitingstreffer. De tegenstander krijgt weer moed en begint furieus aan te vallen.

Er staat een compleet ander team binnen de lijnen dat nu bijna volledig uit A-junioren bestaat en elkaar goed weet te vinden. Als een tsunami walsen ze over ons heen en wij hebben er geen verweer tegen. We zijn te laat, geven te veel ruimte weg en zijn lang niet fel genoeg in het duel. Bij een vrije trap kopt Udo onder de bal door, waarna Zwartemeer de gelijkmaker scoort.

Ook Bram heeft het moeilijk tegen de snelle rechtsbuiten die als een wervelwind loopt te voetballen. Ons middenveld wordt overklast waardoor we niet onder de druk kunnen uitkomen. We kruipen een paar keer door het oog van de naald. Na de 2-2 weten we ons iets te herpakken en krijgen we weer wat greep op de wedstrijd.

Dat laatste geldt niet voor Udo. Hij is de weg kwijt en niet zo’n beetje ook. Op de helft van Zwartemeer komt hij in balbezit. In plaats van de bal snel te spelen, treuzelt hij zo lang dat hij de bal verliest en Zwartemeer kan counteren. Bouke kan het schot nog keren, maar de bal rolt richting tweede paal. Bram probeert de bal van de doellijn te schoppen, maar mist hem, waarna Zwartemeer alsnog kan scoren.

We proberen de gelijkmaker te maken, maar het blijft bij proberen. Zwartemeer wint verdiend met 3-2. Na afloop is de stemming mat. We beseffen met zijn allen dat we in de tweede helft op onze bek zijn gegaan. Udo trekt het boetekleed aan. “Ik moet zeggen, dit was duidelijk een van mijn mindere wedstrijden.” Ja, Udo, dat was het. Maar ik heb een schrale troost voor je: je was niet de enige.

Twee overwinningen en een nederlaag

Laat ik het maar weer eens over voetbal hebben. We hebben inmiddels drie keer gevoetbald. Resultaat: twee overwinningen en een nederlaag.  Over de wedstrijden tegen VEV en Drenthina valt niet veel te melden.

Met respectievelijk 4-0 en 2-0 werden deze ploegen netjes opgerold. Zes puntjes in tas, inpakken en wegwezen. Achter twee keer de nul gehouden. Dat geeft de burger moed zou je zeggen.

Tuurlijk, we voetbalden nog niet groots, maar hé, na drie maanden winterstop hadden we allemaal even tijd nodig om weer aan de bal te wennen. Het ging gewoon nog wat stram, we raakten de bal nog niet goed, we schoten af en toe in de grond, maar we voetbalden weer.

Vergelijk het maar met auto die een tijdje niet heeft gelopen. De motor slaat wat aarzelend aan, maar met een beetje extra gas snort ie vervolgens prima. Zo ging het met ons ook. Je hoeft niet direct in topvorm te zijn om te kunnen winnen.

Goed, genoeg hierover.  Over naar de wedstrijd van afgelopen zaterdag, want daar valt een boek over te schrijven. Maar dat doe ik in een volgende blog, want die wedstrijd verdient dat. Jongens, jongens, wat hebben wij ons de kaas van het brood laten eten. Vooral Udo. Alvast een citaatje om in de stemming te komen: “Die Van der Veen voetbalde heel wat beter toen zijn relatie nog uit was.”

Vrouwen zijn machtshongerige controlfreaks

Bij het derde beleven we momenteel een kleine geboortegolf. Zo heeft de vriendin van Marco onlangs een kind gekregen en ook Richard mag zich voor de tweede keer vader noemen.

En dat is nog niet alles. Jeroen, onze expert als het om de geheimen van de Nederlandse wietplant gaat, heeft vlak voor kerst ook doel getroffen bij zijn vriendin. “Arjen, ik zal je zeggen: het was een wip met een machtig eindschot. Echt, het was kaboem! Een orgasme dat hoog eindigt in mijn top 10.”

Ook de vriendin van Michael is al enige tijd in blijde verwachting. Het duurt nog wel even, maar onze kippeninvriezer is inmiddels druk met het inrichten van de kinderkamer.

Op zich is die geboortegolf niet vreemd. Afgezien van het feit dat het allemaal aardige viriele jongens zijn, zitten ze in een leeftijdsfase dat ze eraan toe zijn om een gezin te stichten.

Nou vergeet dat laatste maar. Het is de vrouw die bepaalt of de tijd rijp is voor gezinsuitbreiding, het is de vrouw die bepaalt of de man zijn kwakje mag deponeren in de feestzaal en het is de vrouw die bepaalt of er een kind komt.

Vrouwen zijn namelijk machtshongerige controlfreaks. En dat komt door de biologie: de vrouw wil baby’s, de man wordt erin geluisd. Niet mijn woorden, maar van journaliste Lisette Thooft die in haar boek met de prikkelende  titel De onverzadigbare vrouw en de afwezige man, een zeer verhelderend boek heeft geschreven over de verhouding tussen man en vrouw.

Maar het gaat nog verder. De vrouw bepaalt wat er ’s avonds wordt gegeten. Naar welke school de kinderen gaan. De vrouw kiest de vakantiebestemming uit en heeft het laatste woord bij het kopen van het huis en de inrichting ervan – ook al is het van zijn geld. Moeders wil is wet, binnenshuis en in toenemende mate ook daarbuiten.

En o,wee. Als er niet naar haar wordt geluisterd, dan gaat ze mokken, zeuren, drammen of huilen. En de man, sukkels die we zijn,  sust, bindt in en geeft toe. De vrouw is de kenau en de man is haar pantoffelheld.

Ik wil nog een citaat geven. “Het oergebaar van de vrouw is: het zaad moet erin en dat van de man: het moet eruit. Na de geslachtsdaad blijft de man leeg en beroofd achter.”

Alsjeblieft en bedankt. En dat verklaart volgens Thooft ook waarom mannen zo afwezig lijken: achter hun krant of computer, sleutelend onder hun auto’s, of starend naar hun visdobber.

Ik wil er graag nog een aan toevoegen en dat is hardrennend achter een bal met nog 21 andere afwezige mannen en een scheids. We voetballen, want wat moet je anders.

Update 1: Collega Marcella op het werk: “Ja, ik herken me hier wel in: zo zijn wij vrouwen. Ik jank bijna elke avond.”