Een zeperd zonder gevolgen

Olympia’ 28 ligt ons niet. Na de tweede nederlaag tegen deze jonge ploeg in één seizoen lijkt die conclusie me gerechtvaardigd. Zaterdag gingen we met 2-4 opnieuw de bietenbrug op, nadat we in Hasselt al met 4-3 hadden verloren. Niet dat Olympia nou zo uitmuntend voetbalde. Het was vooral dat wij met zijn allen een offday hadden en daar profiteerde Olympia optimaal van.

Jeetje, wat waren wij slecht. Terwijl we de week ervoor tegen Genemuiden 7 juist heel goed hadden gevoetbald. Maar dat is voetbal hè. De ene week voetbal je de pannen van het dak en een week later schop je nog geen deuk in een pakkie boter.

Ikzelf had ook voortdurend ruzie met de bal. Na afloop vroeg Rene zich terecht af of ik soms met een strandbal aan het voetballen was. Wie dat wel eens heeft gedaan, weet wat die middag mijn euvel was: richtinggevoel. De bal vloog alle kanten op behalve de goede. Een schrale troost, ik was niet de enige.

Ook Bouke had zijn dag niet. Bij het tweede doelpunt liep hij zijn doel te snel uit, waardoor de razendsnelle spits van Olympia hem eenvoudig kon omspelen en scoren. Bij het derde doelpunt, een vrije trap net buiten de zestien, liet hij de bal onder zich door glippen. En bij het vierde doelpunt bevond hij zich op een plek waar hij weinig had te zoeken.

Dat vonden ze bij Olympia ook. Ik citeer even uit het wedstrijdverslag dat Olympia over de wedstrijd heeft geschreven. “Daniël kreeg de bal aan de linkerkant net over de middenlijn. Wat de keeper daar ook in één keer deed, snappen we niet, maar het doel was leeg, waardoor Daniël de bal eenvoudig over de lijn tussen de palen kon schieten.”

Gelukkig bleef de nederlaag zonder gevolgen. Concurrenten Genemuiden 6 en 7 en Staphorst verloren ook, zodat we nog steeds bovenaan staan. Feit blijft, als we in normale waren geweest, hadden we Olympia kunnen verslaan en onze voorsprong kunnen uitbouwen. Maar als bestaat niet en as is verbrande turf.

In de volgende blog: waarom de Boner en Udo al twee weken lang een meningsverschil hebben.