Het kampioenschap is binnen handbereik

Nog drie punten moeten we bij elkaar sprokkelen om kampioen te worden. Met nog vier wedstrijden te gaan tegen teams die niet al te hoog geklasseerd staan, moet dat lukken. Zaterdag 5 mei in de thuiswedstrijd tegen HZVV krijgen we de eerste kans om de kampioensschaal te bemachtigen.

Voor Haiko is het nog maar de vraag of hij er op die zaterdag  bij kan zijn. Uitgerekend op die dag is zijn vriendin uitgeteld. Het gevaar bestaat dus dat hij samen met zijn lief de weeën aan het wegpuffen is, dan wel de placenta in de tuin aan het begraven is, terwijl de rest van zijn team aan het feestvieren is. Ik heb hem beloofd dat ik in ieder geval heel veel foto’s van alle feestelijkheden zal maken.

Haiko bekende gisteravond na de 4-1 overwinning op Staphorst dat hij tijdens de verwekking van zijn nageslacht niet een, twee, drie aan een kampioenschap had gedacht. “Ik had op dat moment toch wat anders aan mijn hoofd als je begrijpt wat ik bedoel.” Tuurlijk jongen, begrijpen we. Een kans op een wip laat je niet lopen, want je weet maar nooit wanneer de volgende is.

Hij wilde nog wel een ding van zijn hart. Rene en andere vaders hadden eerder in het seizoen meerdere malen tegen hem gezegd dat sex met een zwangere vrouw het einde is. “Vanaf vijf maanden weet je niet wat je overkomt. Dan vliegen de vonken eraf en willen ze altijd”, aldus Rene. Volgens Haiko was het gewoon een broodje aap. “Ik heb er in ieder geval niets gemerkt. Jullie hebben me bij de poot gehad. Ik voel me genaaid en niet zo’n beetje ook.”

Ook Richard Renkema zal er die dag niet bij zijn. Hij zit rond die tijd ergens in Noord-Holland voor een gezellig weekendje weg met zijn Roelien. “Heb ik weer”, mopperde onze voorstopper. “Kan ik eindelijk weer eens op de platte kar, moet ik zo nodig iets romantisch gaan doen.”

Iemand die er zeker wel bij is, is Bouke. Onze keeper zit een week later namelijk in New York en wil per se een week eerder kampioen worden. Vandaar dat Bouke tegen Staphorst een dijk van een wedstrijd keepte. Hij hield een penalty tegen en was heer en meester in de zestien.

Toch hadden we het eerste kwartier lastig tegen Staphorst. Een aardige ploeg met snelle voorhoedespelers waar Richard en Haiko het moeilijk tegen hadden. Na een 1-0 voorsprong waren het achtereenvolgens Richard Winter en Robert die fouten van hun zwakke keeper afstraften. Na rust maakte Arend de verlossende derde en vierde treffer.

Ik zeg: kom maar op met schaal

Advertenties

Een hoop gedoe om niets

Achteraf was het een storm in een glas water, zoals zo vaak in het voetbal. Een hoop gedoe om niets of om onze goede vriend Shakespeare nog maar eens van stal te halen: much ado about nothing.

Onze heethoofden Booner en Udo, want daar heb ik het over, dachten daar aanvankelijk heel anders over. Ze stonden nog net niet met gebalde vuisten tegenover elkaar, maar dat scheelde niet veel.

Wat was het geval? In de eerste helft van de wedstrijd tegen Genemuiden 7 maakte Udo na ongeveer een half uur een forse overtreding op een tegenstander. Ten minste zo leek het, want de speler jammerde als een mager speenvarken. Minimaal gescheurde enkelbanden en als ie pech had een gebroken kuitbeen dacht ik op dat moment. Uit voorzorg besloot Booner Udo uit het veld te halen. Ik vond dat niet erg, want ik was als reserve begonnen. Een woedende Udo daarentegen vond zijn wissel volledig onterecht.

En dat liet hij Booner luidkeels merken in de rust. “Waarom wisselde je me man, die vent stelde zich aan. Wat ben jij voor coach?” Hier had Udo overigens wel een punt, want de speler van Genemuiden liep vijf minuten na de overtreding weer als een kievit over het veld.

Booner: “Waarom, omdat je die vent bijna doormidden schopt. Hij had zijn poot wel kunnen breken.”

Udo: “Je bent niet goed bij je hoofd, man. Ben je dom of zo? Die vent is een toneelspeler eerste klas en jij trapt er met beide ogen in, droplul.”

Booner: “Jij bent zelf niet goed bij je hoofd en ik laat me niet uitschelden.”

Udo: O ja? Moet je opletten. Pannenkoek.”

Booner: “Als jij zo doorgaat, voetbal je niet meer in drie.”

Udo: “En als jij zo doorgaat, ben jij volgend seizoen geen coach meer, Je slaat een pleefiguur?

Booner: “”Goed. Jij voetbalt niet meer in drie.”

Udo: “Hé Booner, ik heb nieuws voor je. Dat bepaal jij niet, dat bepaal ik zelf wel.”

Booner: “Doe normaal man.”

Udo: “Doe normaal man? Doe zelf normaal man!”

Booner: “Je bent weer lekker bezig Van der Veen, nog een keer ..”

Udo: “Nee, jij ben lekker bezig.”

Booner: “dan is jouw carrière als voetballer in drie voorbij.”

Udo: “Ik voetbal nog liever in vijf dan dat ik als voetballer van drie naar jouw gelul moet luisteren.”

En zo ging het nog een tijdje door. Meestal worden zulke meningsverschillen na de wedstrijd uitgepraat, maar dat liep deze keer anders. Booner en Udo ontliepen elkaar en gingen beiden met de pest in hun lijf naar huis.

Ook een week later was de lucht tussen de twee kemphanen nog niet geklaard. Udo had niet gevoetbald, maar kwam nog wel even een biertje drinken. Bij binnenkomst liep hij ter hoogte van de klok tegen Booner op, waarna de discussie van voren af aan begon.

De rest van het team vond dat de twee zich niet zo moesten aanstellen. Rene: “Dat ouwehoert maar door. Het lijken wel twee vrouwen. Vroeger sloeg je elkaar gewoon op de bek waarna je een biertje dronk.”

Op een donderdagavond in de bar van de kantine, anderhalf week later, werd de vrede uiteindelijk getekend. Bij de tweede toenaderingspoging van Booner liet Udo weten dat ie wel weer in drie wil voetballen. “Oude dibbes, jongen. Zeg nou zelf. Ik kan wel boos blijven op die Booner, maar in vijf voetballen is natuurlijk nog veel erger.”