We ontsnappen aan een fikse nederlaag

Europacupfinale Ajax-Inter Milan

Hadden we zaterdag met 7-1 verloren, dan hadden we niks kunnen zeggen. Had Arend vijf minuten voor tijd echter iets meer geluk gehad in de afwerking, dan waren we ook zomaar met een 2-1 overwinning van het veld gelopen en hadden we een lange neus naar Elim kunnen maken. Dat is voetbal, hè, lang niet altijd wint de beste, het gaat om het rendement. Koeman zei het zondag nog maar eens.

Ik was er ook weer eens bij. Doordat ik sinds maart in Utrecht werk, zijn de werkdagen lang. Dat betekent ook dat trainen er doordeweeks niet meer inzit. Meestal ben ik pas half acht ’s avonds thuis, mits de treinen op tijd rijden. Dat ik zaterdag op de reservebank mocht beginnen, vond ik dan ook wel begrijpelijk. De bank was sowieso goed bezet, want ook Haiko, Henk en Udo mochten daarop plaatsnemen. Dat vonden de eerste twee niet erg, want die hadden hem vrijdagavond tijdens het bowlen zo goed geraakt dat de bierlucht nog als een deken om hen heen hing.

Het veld in Elim was ondanks de vele regen van afgelopen week wonderwel goed bespeelbaar. CSVC startte voortvarend. Binnen drie minuten lag de bal al in het doel, nadat Arend een pass van Frank Treffers zo goed aannam dat hij met een sublieme voetbeweging de keeper van Elim op het verkeerde been zette en de 0-1 kon aantekenen. Even leek het erop dat de goede lijn van vorige week werd doorgetrokken toen er verrassend maar verdiend van Rouveen werd gewonnen, maar dat was slechts schone schijn.

Elim kwam beter in de wedstrijd, maar dat had  ook alles met ons slechte voetbal te maken. Onnauwkeurig, ongeïnspireerd en te weinig inzet om het samen te vatten. Er werd bar slecht verdedigd, de aanvallers van Elim doken dan ook geregeld alleen voor Richard Pieterman die bij een van deze aanvallen een speler van Elim onterecht afstopte in de zestien. Strafschop aldus de scheidsrechter, die door Elim vervolgens vlekkeloos werd benut, 1-1.

Met name Johan had het als linksback lastig tegen de snelle rechtsbuiten die hij geregeld uit het oog verloor. Na dertig minuten verloste Gerard Bruins hem uit zijn lijden en was Udo zijn vervanger. Johan gaf zelf toe dat ie als een natte krant voetbalde. “Wat was ik slecht vandaag, allemachtig.” Ja, Johan, dat was je. Maar je was niet de enige.

In de rust was Gerard dan ook allerminst tevreden. Hij mopperde wat af en had het volle kwartier nodig om uit te leggen wat eraan schortte en hoe er vooral gevoetbald moest worden. Dat leek aan dovemansoren gezegd, want ook in de tweede helft was het Elim dat de wedstrijd dicteerde.

We kwamen er nog maar sporadisch uit, het was slechts hopen op een bevlieging van Arend of Dennis. Maar die kwam er niet. Arno schopte een speler van achteren neer en had het geluk dat hij er slechts met geel vanaf kwam. Het is dat Elim niet scherp was, anders waren we met een dikke nederlaag naar huis gegaan. Kansen genoeg voor de stratenmakers en stucadoors, maar lat, slecht mikken en een gebrek aan killersinstinct hield ons in de race.

Vijf minuten voor tijd had Arend zelfs de kans om er een geniepige overwinning eruit te slepen, maar zijn schot werd door de doelman knap gepareerd. Met het gelijkspel konden we na afloop vrede hebben.

Volgende week uit naar Olympia ’28, de koploper. Tandje erbij lijkt me geen overbodige luxe.