Een nieuw voetbalseizoen en Henk heb last van jicht

Voor de vaste volger van deze onvolprezen blog, we zijn terug. En dat werd verdikkeme tijd. Vorig voetbalseizoen had een serieus writersblock me in een wurgende houdgreep, waardoor slechts twee blogs het levenslicht zagen. Na zes seizoenen ‘Bal op het dak, scheids in de sloot’ was naar mijn mening alles wel gezegd en geschreven over het derde , maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zodat dit het begin is van een nieuwe serie blogs.

Voor iedereen die de laatste ontwikkelingen heeft gemist, even een update: het oude CSVC3 bestaat niet meer. Of beter gezegd, het team heeft een andere samenstelling gekregen. Wat vorig jaar CSVC 4 was, is nu CSVC 3 en wat CSVC3 was, is nu CSVC 4. Sommige jongens zijn gestopt, zoals Arno, Bouke en Richard (Renkema). Marcel is overgestapt naar CSVC2 en Henk en Haiko zijn op afroep beschikbaar.

Wat dat precies inhoudt, is onduidelijk, maar het komt erop neer, mocht het team te weinig man hebben, dan staan ze paraat, alhoewel Henk heeft aangegeven dat hij voorlopig vooral fit wil worden. “De Jong, ik zal je wat vertellen. Ik heb verdomme de hele zomer jicht gehad. Kerel, dat is toch niet normaal, joh. Ik ga pas voetballen als ik weer pijnvrij een balletje kan trappen. Eerder zie je mij niet terug op de groene mat. Dan kan die Winter me wel mooi op Teamwebs zetten, maar die vlieger gaat op.”

De overgang van CSVC3 naar CSVC4 betekent dat ik dit seizoen met Joop Lubbelinkhof voetbal. Joop tikt dit jaar, deo valente, de 68 aan, zodat mevrouw de Jong al verzuchtte of ik soms ook van plan was om het zolang vol te houden. Mijn moeder zaliger leerde me ooit dat je nooit dingen moet beloven die je niet kan waarmaken, zodat ik wijselijk daar maar geen antwoord op. Je moet tenslotte de kat niet op het spek binden.

 

 

 

 

 

 

Doos 13 blijft voor altijd gesloten

Ik wilde hier uitgebreid verslag doen van de wedstrijd tegen Emmen 2, maar als je slechts met 2-1 wint van een ploeg die hopeloos onderaan bungelt met nul punten uit vier wedstrijden, dan weet iedereen wel hoe laat het is. En natuurlijk kan ik nog vertellen dat Udo bij een breedtepass een speler van Emmen over het hoofd zag die prompt de 1-0 scoorde, maar dat doet ie inmiddels al een paar wedstrijden op rij. Het is niet voor niets dat Henk in de rust verzuchtte: “Oude dibbes, zal ik je eens wat zeggen, die Udo is ondertussen onze grootste tegenstander. Met hem in de ploeg spelen we met tien man.”

Goed, vergeet Emmen, want veel interessanter was het interview met Leo Beenhakker afgelopen zaterdag in de Volkskrant. Een paar dagen zag ik Don Leo in De wereld draait Door. Alle media-aandacht is wel begrijpelijk, want Leo heeft een lezenswaardige autobiografie geschreven. Matthijs van Nieuwkerk noemde het dan ook een grote schelmenroman.

Afgelopen mei ging Leo met pensioen. Na vijftig jaar in het vak vond ie het welletjes. Hij was trainer bij onder meer Veendam, Go Ahead Eagles, Feyenoord, Ajax, en Real Madrid, waarmee hij drie jaar achtereen kampioen van Spanje werd, maar niet de cup met de grote oren wist te winnen, omdat PSV in de halve finale van de Europacup 1 hem de voet dwars zette. Daarnaast was hij bondscoach van Oranje, Trinidad & Tonego en Polen. Een imposante carrière die hem naar alle windstreken van onze aardkloot bracht.

De tragiek van Beenhakker is natuurlijk dat hij vooral herinnerd zal worden aan het WK 1990, waar Oranje roemloos werd uitgeschakeld. Twee jaar daarvoor werd hetzelfde elftal nog Europees kampioen. In het interview en tv-programma ging het uiteraard over dat WK, wat niet verwonderlijk is, want na afloop van het fiasco in Italië verklaarde Beenhakker het volgende: “Er is rond die eerste wedstrijden zo ongelooflijk veel gebeurd… Daarvan is misschien 25 procent naar buiten gekomen, van mij zal niemand ooit vernemen wat die andere 75 procent inhield. Laat ik het erop houden dat er sprake was van eigenbelangetjes, van lijntjes van buitenaf, van een compleet circus dat constant op de groep doorwerkte. Daar was heel moeilijk mee om te gaan.”

Die andere 75 procent bewaarde Beenhakker jarenlang in ‘doos’ 13. Een doos die pas open zou gaan in zijn biografie. Volgens Beenhakker bestaat de doos echt, maar in al zijn wijsheid heeft hij besloten dat die doos voor altijd dicht blijft. “Ik heb er heel lang over nagedacht, maar ik heb besloten het mee te nemen in mijn graf. We hebben gefaald, ik heb gefaald, maar ik vind het te goedkoop om naar anderen te gaan wijzen”, vertelt hij in het interview met de VK. In DwdD voegde hij eraan toe dat hij geen mensen wilde beschadigen die zich niet meer konden verdedigen.

Beenhakker zal daarmee vooral op Rinus Michels hebben gedoeld die als lid van het sectiebestuur van de KNVB tijdens het WK in het trainingskamp hinderlijk aanwezig was en met zijn columns in AD voor veel ergernis zorgde en als grote stoorzender Beenhakker in de wielen reed. Beenhakker zei later over Michels: “Ik heb toen een vriend verloren.”

Ik heb nog eens opgezocht wat journalist Matty Verkamman over dat WK heeft geschreven in het naslagwerk Het Nederlands Elftal, de historie van Oranje 1989-1995. Wie dat leest zal beseffen dat het maar goed is dat doos 13 voor altijd gesloten blijft, want waarschijnlijk zit er bitter weinig in.

Toch heb ik een zwak voor Beenhakker, want man, wat kan die gast zuchten.

De oude man heeft spierpijn

Anderhalf jaar niet voetballen en dan direct 90 minuten volle bak in de wei tegen de kampioen van vorig jaar is natuurlijk vragen om problemen. Nou die heb ik dan ook kan ik je vertellen. Allemachies, ik heb heb spierpijn in al mijn haarvaten. Het voelt alsof twee potige Engelse rugby’ers van elk 120 kilo bovenop me zijn gedoken.

Van mevrouw de Jong is weinig medelijden te verwachten. Laat staan een verkwikkende massage. Die vindt voetballen, en uberhaupt alle sporten, sowieso een totale verspilling van tijd. Ze stond dan ook niet op de banken toen ik van de zomer aankondigde dat ik weer met voetballen zou beginnen. Of dat wel verstandig was. “Voor je het weet scheur je wat af, je bent ook niet meer de jongste.”

Ja, dat is waar. Maar toen ik opperde dat ik wielrennen ook wel wat vond, was het hoongelach niet van de lucht. “Ja Jezus, dat ga je niet doen hoor. Dat vind ik zo zielig. Van die middelbare  mannen die met een te dikke pens in een te strak wielrennersshirt van de Rabobank amechtig boven zo’n stuur hangen en denken dat ze nog een jonge God zijn. Doe me een lol zeg. Ga dan in hemelsnaam maar weer voetballen.”

En dat is wat ik heb gedaan. Ik heb een nieuw stel voetbalschoenen gekocht. Zwart, zoals het hoort. De voetbaltas ergens onder een flipperkast vandaan gehaald en op de fiets naar het voetbalveld. De rituelen zijn er als vanouds. Een kop koffie van te voren, de lichte wedstrijdspanning, het slappe ouwehoeren met je teamgenoten, wie is er tot laat in de kroeg blijven hangen, hebben we genoeg man. Niet dus, negen man van ons eigen en twee van het vierde. Geen wissels dus. Dat wordt een taaie weet ik dan al.

In de kleedkamer pak ik mijn tas uit. Voetbalschoenen, scheenbeschermers, kousophouders, t-shirt. Niks vergeten. Het geluid van de noppen op de tegels als je door de gang naar het veld loopt. Het inlopen om de spieren warm te maken, intrappen met Bas en Michael, nog even snel pissen in de bosjes. Daar is de scheids. De aanvoerders schudden elkaar de hand, vervolgens de toss, wij mogen aftrappen. De scheids fluit. Een nieuw voetbalseizoen is begonnen.

ps. eindstand CSVC3-HZVV6 2-2 na een 2-0 ruststand.

 

Alle ballen in het Tjeukemeer 2

Tjeukemeer Zaterdagmorgen verschijnt er een berichtje van Davor Pobric op de groepsapp van ons elftal. “Mannen heel veel succes vandaag, ook namens mijn werkgever die sponsor is van het Nederlandse amateurvoetbal en streeft naar fair play, respect voor elkaar op en naast het veld, plezier en persoonlijke groei.”

Mooie woorden van de ING, maar daar komt die middag in Delfstrahuizen weinig van terecht. Beide teams gaan er eigenlijk direct vanaf de aftrap opnieuw met gestrekt been in. De irritaties die in de eerste wedstrijd al snel de bovenhand kregen, komen ook in de tweede wedstrijd weer bovendrijven als het vet op mijn oma’s groentesoep.

Het is actie en reactie, waarbij onze tegenstander net wat gewiekster opereert, zodat na een eerste geniepige overtreding van Delfstrahuizen direct de botte overtreding van een CSVC’er volgt. Het komt het spel niet ten goede. Over en weer zijn er weinig kansen. Arend en Robert proberen er af en toe langs te komen, maar afgezien van een schot van Robert, zijn we nauwelijks gevaarlijk. Ook Delfstrahuizen kan geen potten breken, zodat het na 45 minuten strijd nog steeds 0-0 is. Omdat het doelsaldo geen rol speelt, hebben we na de 3-2 overwinning aan een gelijkspel voldoende.

In de tweede helft gaan beide elftallen op de oude voet verder. Delfstrahuizen valt aan, wij verdedigen stug en geven nauwelijks wat weg. Erwin is de spreekwoordelijke stofzuiger en ruimt alles op. Samen met Harrie zijn ze aan kant van CSVC de uitblinkers. Na een half uur knallen de hoofden van Arend en de laatste man van Delfstrahuizen keihard tegen elkaar. Beiden kunnen niet verder. Arend wordt naar het ziekenhuis afgevoerd met een forse hoofdwond. De schade blijkt achteraf mee te vallen met slechts vier hechtingen en een mooie witte tulband a la John de Wolf.

Het is niet de dag van Robert. In de eerste helft krijgt hij voor een lichte overtreding een gele kaart, waarna in de tweede helft nogmaals een tweede gele kaart volgt voor weer een licht vergrijp. Het is tien tegen elf en Delfstrahuizen zet opnieuw aan om het winnende doelpunt te scoren. Henk schopt vervolgens aan de linkerkant van het veld een tegenstander meedogenloos doormidden en krijgt terecht een gele kaart. Als hij even later bij een opstootje betrokken raakt en opnieuw geel ziet, is het ook bye bye zwaai zwaai Henk. De geschiedenis van een week geleden herhaalt zich. Het is opnieuw negen tegen elf met nog tien minuten op de klok.

Delfstrahuizen valt met man en macht aan en wij roeien alle ballen weg richting het Tjeukemeer. Met nog drie minuten te gaan, wil Erwin een bal terugkoppen op Pieterman, maar deze heeft inmiddels zijn doel verlaten zonder dat Erwin er erg in heeft, zodat de bal tergend langzaam in eigen doel verdwijnt. Delfstrahuizen heeft het doelpunt waar het zo vurig op zoek naar is, zodat na het eindsignaal van de scheidsrechter strafschoppen de beslissing moeten brengen.

Dat ziet er aanvankelijk heel goed uit en de hoop groeit op een goede afloop. Delfstrahuizen mist de eerste twee, wij scoren de eerste waarna de tweede tegen de paal komt. De Friezen scoren vervolgens de derde en vierde, wij scoren de derde, maar missen de vierde, zodat de laatste penalty de doorslag gaat geven. Delfstrahuizen scoort, zodat Michael moet scoren om ons in de race te houden. Helaas eindigt zijn inzet tegen de paal, zodat we uiteindelijk toch de bietenbrug opgaan.

Terug in Coevorden in de kantine kom ik nog even aan de praat met Gerard Bruins. We komen tot de conclusie dat een gebrek aan zelfbeheersing ons de das heeft omgedaan. Ik zeg gekscherend tegen Gerard dat hij de ploeg dus niet in de hand had. “Ja, zegt Gerard, “Eigenlijk kun je dat wel stellen, ja. En dat moet volgend jaar dus beter.”

 

 

 

 

 

Alle ballen in het Tjeukemeer 1

Ik hoor het Udo nog zeggen in de eerste helft van de thuiswedstrijd tegen Delfstrahuizen 2. “De Jong, ouwe dibbes, ik heb dit seizoen nog geen rode kaart gekregen en dat gaat deze wedstrijd ook niet gebeuren. Mijn spel is zoals altijd hard maar rechtvaardig.” Een kwartier voor tijd kan die uitspraak de prullenbak in als Udo zijn directe tegenstander als boksbal gebruikt en net als Mohammed Ali zijn vuisten laat spreken. De scheids trekt de kaart met de enige goede kleur en het is exit Udo.

Eerder in de tweede helft zijn we Gerard Tent ook al kwijtgeraakt, nadat hij voor de tweede keer een gele kaart heeft gekregen, zodat we tien voor minuten voor tijd, na het wegsturen van Udo, nog maar met negen man op het veld staan. Ja, het is een harde wedstrijd tegen de Friezen, waarbij over en weer flink wordt geschoffeld.

Inzet voor beide ploegen is een eventuele promotie naar de tweede klasse, waarbij de winnaar over twee wedstrijden het vervolgens tegen Tonego of Meppel mag opnemen. Maar zover is het nog lang niet. Eerst moet er met Delfstrahuizen worden afgerekend en dat is een taaie, fitte tegenstander. Direct na de aftrap nemen de Friezen het heft in handen en domineren ze de wedstrijd. Met name nummer tien en negen, respectievelijk spits en middenvelder, zijn zeer gevaarlijk. Toch komen we op een 1-0 voorsprong als Robert zich langs twee tegenstanders frommelt en een panklare voorzet aflevert die Arend netjes binnenkopt.

Het antwoord van de Friezen volgt snel. Bij een gevaarlijke aanval weet Richard Renkema eerst nog met een goede sliding redding te brengen, maar bij zijn tweede sliding is hij te laat en torpedeert hij de speler in het strafschopgebied. Met de penalty weten de Friezen wel raad. Even later staan we zelfs achter als de verdediging zit te slapen. Maar de achterstand weten we snel weg te poetsen, zodat we met 2-2 de rust ingaan.

De tweede helft kenmerkt zich vooral door harde tackles en tal van opstootjes. De scheidsrechter strooit kwistig met gele kaarten maar krijgt de geest niet meer terug in de fles. Het blijft onvriendelijk. Ook langs de kant. Henk jut vanuit de dug out de boel flink op. “Hé scheids, je meet met twee maten. Heb je soms alleen gele kaarten voor CSVC meegenomen? Dit is ook een gele kaart man.” Gerard Bruins maant hem regelmatig tot rust, maar wie Henk de mond wil snoeren moet van goede huize komen. Chris na afloop: “Gerard kwam aan coachen helemaal niet mee toe. Hij had zijn handen meer dan vol aan Henk.”

Nadat we met negen man zijn overgebleven, is tegenhouden het devies en hopen op een wondertje. Delfstrahuizen valt wel aan, maar is nauwelijks gevaarlijk. We voetballen inmiddels in de 95ste minuut als Richard Renkema Arend ziet diepgaan en op zijn tandvlees een dieptepass geeft. Arend en de laatste man van Delfstrahuizen sprinten om de bal. In een ongevaarlijke situatie tikt de laatste Arend aan in het strafschopgebied die onderuit gaat. De penalty is een prooi voor Robert die de bal in het dak van het doel jenst. Een miraculeuze wedstrijd eindigt met een onverwachte ontknoping. Met een 3-2 overwinning reizen we een week later af naar Friesland.

In de volgende blog: waarom we weinig geleerd hebben van de eerste wedstrijd en alsnog de bietenbrug opgaan tegen Delfstrahuizen.

 

Vier strafschoppen, een ippon en het geheim van Koekange

Anton Geesink

Gerard Bruins had er in zijn tactische voorbespreking nog zo op gehamerd. “Haiko, we gaan vandaag niet kegelen. Je verdedigt kort op de man, maar je schopt je mannetje niet voortdurend onderuit. Je houdt je man voor je, dat is voldoende.” Het advies van Gerard was waarschijnlijk het ene oor in en het andere oor uitgegaan, want na een half uur trok onze judoka in het strafschopgebied de tegenstander onderuit. Ware het een judowedstrijd geweest, dan had ie een ippon verdiend.

Wie de overtreding had gemaakt en of het überhaupt wel een overtreding was geweest, was na afloop voer voor een flinke discussie. Volgens Haiko en Richard (Winter) was er niets aan de hand geweest. “Ik deed niets”, zei Haiko en ook Richard had niets gedaan. “Haiko hield de tegenstander vast, de tegenstander hield mij vast en ik hield Haiko vast. Die jongen liet zich gewoon vallen.” De scheids zag het anders en floot voor een strafschop die door Vitesse ’63 onberispelijk werd ingeschoten, waardoor de ploeg uit Koekange langzij kwam.

Iets daarvoor had Ronnie nog met een leep schot de keeper van Vitesse verschalkt die te ver voor zijn doel stond. Tot aan het tegendoelpunt werd er door ons redelijk gevoetbald, maar na de 1-1 viel de ploeg als los zand uiteen. De eenheid was weg, waardoor Vitesse alle ruimte kreeg om vijf minuten na de gelijkmaker de 2-1 te scoren.

Gerard reageerde in de rust door Henk en mij in te brengen voor respectievelijk Ronald en Haiko. Niet dat het in de tweede helft veel beter ging, maar er werd geprobeerd om het goede spel van het eerste half uur weer op te pakken. Ook Vitesse had gewisseld en bracht enkele jonge gasten in het veld waarvan eentje nauwelijks viel af te stoppen. Toch wisten we geregeld onder de druk van Vitesse uit te komen en bij een van onze aanvallen werd Arno in het strafschopgebied onderuit gehaald. Het was de kans om op 2-2 te komen, maar Robert schoot veel te slap in.

Ook Vitesse kreeg kansen om de wedstrijd te beslissen, maar die werden door Richard Pieterman knap gepareerd. Pieterman had van de coach immuniteit gekregen, omdat het team van mening was dat Gerard in de voorgaande wedstrijden teveel kritiek op hem had gehad. “Dus deze wedstrijd hou ik mijn mond. Ik zeg niets over de keeper”, verklaarde Bruins voorafgaand aan de wedstrijd. Dat was dan jammer voor Richard want ondanks dat hij  een puike pot keepte, kreeg hij geen pluim van de coach. Die mocht niets zeggen.

Lang hoefden we gelukkig niet over de gemiste schrafschop te treuren, want een paar minuten later werd Arend in het strafschopgebied gevloerd en mocht Robert opnieuw een strafschop nemen. Deze keer hield hij het hoofd koel en met een droge knal werd de 2-2 op het scorebord gezet.

Daarmee was het strafschoppenbal nog niet afgelopen. Bij een aanval van Vitesse pakte Richard in een reflex in de eigen zestien de bal beet,  opnieuw  een strafschop. Dankzij een knappe katachtige redding van Pieterman bleef het 2-2. De laatste tien minuten stonden we onder zware druk en was het een dubbeltje op zijn kant of we hadden alsnog verloren.

Ik moet het hier ook nog even de scheids hebben. Een vrouw dit maal. Nog niet eerder meegemaakt in mijn lange voetbalcarrière. De dame floot een strakke partij. Henk was in ieder geval zeer onder de indruk. Waarom weten we niet precies, maar het kan komen dat de grensrechters zich voor het begin van de wedstrijd bij de referee moesten melden. Wat er zich in de kleedkamer heeft afgespeeld, is onbekend, waarschijnlijk niets, maar dat blijft het geheim van Koekange. Het eerste half uur van de wedstrijd was Henk in ieder geval compleet van de wereld. We begrijpen dat wel hoor Henk. Je hebt soms van die vrouwen die je compleet van je sokken blazen, daar is geen kruid tegen gewassen.

Volgende keer in deze blog: waarom we met 1-0 van Fit Boys verliezen, Geert geen bitch scoort (zijn woorden) en uiteindelijk met de hond in bed belandt.

We ontsnappen aan een fikse nederlaag

Europacupfinale Ajax-Inter Milan

Hadden we zaterdag met 7-1 verloren, dan hadden we niks kunnen zeggen. Had Arend vijf minuten voor tijd echter iets meer geluk gehad in de afwerking, dan waren we ook zomaar met een 2-1 overwinning van het veld gelopen en hadden we een lange neus naar Elim kunnen maken. Dat is voetbal, hè, lang niet altijd wint de beste, het gaat om het rendement. Koeman zei het zondag nog maar eens.

Ik was er ook weer eens bij. Doordat ik sinds maart in Utrecht werk, zijn de werkdagen lang. Dat betekent ook dat trainen er doordeweeks niet meer inzit. Meestal ben ik pas half acht ’s avonds thuis, mits de treinen op tijd rijden. Dat ik zaterdag op de reservebank mocht beginnen, vond ik dan ook wel begrijpelijk. De bank was sowieso goed bezet, want ook Haiko, Henk en Udo mochten daarop plaatsnemen. Dat vonden de eerste twee niet erg, want die hadden hem vrijdagavond tijdens het bowlen zo goed geraakt dat de bierlucht nog als een deken om hen heen hing.

Het veld in Elim was ondanks de vele regen van afgelopen week wonderwel goed bespeelbaar. CSVC startte voortvarend. Binnen drie minuten lag de bal al in het doel, nadat Arend een pass van Frank Treffers zo goed aannam dat hij met een sublieme voetbeweging de keeper van Elim op het verkeerde been zette en de 0-1 kon aantekenen. Even leek het erop dat de goede lijn van vorige week werd doorgetrokken toen er verrassend maar verdiend van Rouveen werd gewonnen, maar dat was slechts schone schijn.

Elim kwam beter in de wedstrijd, maar dat had  ook alles met ons slechte voetbal te maken. Onnauwkeurig, ongeïnspireerd en te weinig inzet om het samen te vatten. Er werd bar slecht verdedigd, de aanvallers van Elim doken dan ook geregeld alleen voor Richard Pieterman die bij een van deze aanvallen een speler van Elim onterecht afstopte in de zestien. Strafschop aldus de scheidsrechter, die door Elim vervolgens vlekkeloos werd benut, 1-1.

Met name Johan had het als linksback lastig tegen de snelle rechtsbuiten die hij geregeld uit het oog verloor. Na dertig minuten verloste Gerard Bruins hem uit zijn lijden en was Udo zijn vervanger. Johan gaf zelf toe dat ie als een natte krant voetbalde. “Wat was ik slecht vandaag, allemachtig.” Ja, Johan, dat was je. Maar je was niet de enige.

In de rust was Gerard dan ook allerminst tevreden. Hij mopperde wat af en had het volle kwartier nodig om uit te leggen wat eraan schortte en hoe er vooral gevoetbald moest worden. Dat leek aan dovemansoren gezegd, want ook in de tweede helft was het Elim dat de wedstrijd dicteerde.

We kwamen er nog maar sporadisch uit, het was slechts hopen op een bevlieging van Arend of Dennis. Maar die kwam er niet. Arno schopte een speler van achteren neer en had het geluk dat hij er slechts met geel vanaf kwam. Het is dat Elim niet scherp was, anders waren we met een dikke nederlaag naar huis gegaan. Kansen genoeg voor de stratenmakers en stucadoors, maar lat, slecht mikken en een gebrek aan killersinstinct hield ons in de race.

Vijf minuten voor tijd had Arend zelfs de kans om er een geniepige overwinning eruit te slepen, maar zijn schot werd door de doelman knap gepareerd. Met het gelijkspel konden we na afloop vrede hebben.

Volgende week uit naar Olympia ’28, de koploper. Tandje erbij lijkt me geen overbodige luxe.

Het loopt nog niet echt en dat is een understatement

doepunt

Erwin, dit seizoen overgekomen van Raptim, baalde zichtbaar. Hij voelde zich onterecht aangevallen door Gerard Bruins in de rust van de wedstrijd tegen Noordeschut 4. “Ik vind het best als Gerard kritiek op me heeft, maar dat was deze keer wel onevenredig veel op mij gericht. Ik ben niet de enige in het team die fouten maakt. Kom op zeg, verdomme. Hier wil ik het nog wel even met hem over hebben. Als dit zo blijft doorgaan, is het aju en tabé.”

Ook Haiko, broer van Erwin, zat te mopperen na afloop van de wedstrijd die met 1-5 verloren ging, nadat we aanvankelijk nog met 1-0 hadden voorgestaan. “Allemaal leuk die persoonlijke mandekking, maar je loopt je suf. Na een kwartier minuten had ik de tong op mijn schoenen. Ik weet niet of dit de goede aanpak is. In 3 namen we gewoon de man over als die van positie wisselde. Dat werkte prima”, aldus Haiko.

Nee, het loopt nog niet in ons team. Na zes wedstrijden hebben we slechts twee keer gewonnen en vier keer verloren, waarvan de laatste twee met dikke cijfers. En dikke nederlagen zijn nooit goed voor het moraal.

Afgelopen donderdagavond zaten we met het hele team en Gerard na de training even bij elkaar om enkele zaken door te spreken en te inventariseren wat de wederzijdse verwachtingen waren. Op zich niet verkeerd. Een van de onderwerpen die op tafel kwam, was het wisselbeleid.

Feit is dat we door de samenvoeging van 2 en 3 over een te grote selectie beschikken. Als iedereen fit en aanwezig is, kan Gerard uit 21 man kiezen. Dat is teveel en betekent ook dat er per wedstrijd zes man niet kunnen voetballen. En dat je daarnaast met vier man op de reservebank zit die allemaal een helft voetballen. Want dat hebben we met zijn allen na donderdag afgesproken.

En dat laatste kon nog wel eens een probleem gaan geven. Want vier man inpassen in de rust geeft toch onrust. Posities worden anders ingevuld, automatismen slijten minder makkelijk in omdat je veel minder in een vaste opstelling voetbalt. Daarnaast moeten we als oude 3 wennen aan de speelwijze die Gerard voor ogen heeft.

Kortom, er is werk aan de winkel. Voor het team en Gerard. Vraag is hoelang dit wisselbeleid standhoudt? Kiezen we voor afspraak is afspraak, iedereen voetbalt minimaal één helft. Of wordt er toch getornd aan wat donderdag is afgesproken en kiezen we na nog enkele nederlagen toch voor het principe: het sterkste team voetbalt met maximaal drie man op de reservebank.

Wie durft er een wedje te maken?

Citaat van de wedstrijd. Grensrechter Udo tegen de coach van Noordseschut: “Nu kun je wel je wijze hoofd schudden, maar buitenspel of niet, ik vlag ze allemaal af.”

Een plotselinge wisseling van de wacht

De Boner

Donderdagavond een week geleden is het plotseling spitsuur op mijn mobiel. De Whatsup-groep CSVC 3 staat onder hoogspanning na een een app van Boonstra.

20.38 Beste mensen. Ik heb moeten besluiten om te gaan stoppen. Aangezien het bestuur mij erop heeft gewezen dat Gerard de touwtjes in handen hoort te hebben en gaat krijgen. Samenwerken is voor mij geen optie, omdat ik mijn zeggenschap moet inleveren! Ik heb geen zin om alleen maar toe te gaan kijken hoe we goed of slecht spelen, zonder ook maar enig geschreeuw of gevloek, zoals velen mij kennen. Dat kan en wil ik niet en dat is niet mijn aard!! Ik hoop dat jullie een goed en mooi seizoen gaan draaien en ik kom zo af en toe wel ff een pilsje halen. Groeten jullie ex-coach!!

20.58 Erwin reageert:  ? Er was toch de afspraak dat jij het ging doen. Neem aan dat dit tot het einde van het seizoen is..

20.02 Bas: Blijkbaar niet…

21.05 Leon: Ik stop er ook mee. Bedankt voor alles.

21.13 Bouke: Maar jongens, dan stop ik er ook mee. Iedereen bedankt.

21.36 Jeroen O: Belachelijk!!. Dat krijg je dus als je het 2e helpt!!

21.37 Bas: Inderdaad. Stank voor dank.

21.42 Jeroen V: Idd. Laat ze dan maar in de plomp zakken. Ajuuu.

21.57 Bas: Zou er nog plek zijn bij 4 of 5?

21.58 Jeroen V.: Gaan we kijkuh Bas. Ik ben er wel klaar mee zo.

22.26 Henk verandert de naam van van de Whatsup-groep in Vrienden van vroeger.

Het resultaat: Marco en Leon zijn respectievelijk gestopt als coach en assistent-coach, Bouke en Jeroen stoppen als speler.

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar het waarom van het bestuur.

Vrijdagavond kom ik Robert ter hoogte van de chips tegen in de Jumbo. Hij heeft via via gehoord dat Marco aan de kant is gezet omdat Gerard betaald krijgt als trainer en dat hij dus coach van het tweede moet zijn. “Maar het precieze weet ik ook niet. Daarvoor moet je bij het bestuur zijn. Aan de ene kant is het wel logisch, maar de manier waarop dit nu weer gebeurt is niet chic.”

Diezelfde avond krijg ik nog een app van Marco. Of ik in mijn blog wel duidelijk wil maken dat hij stopt, omdat hij de ploeg niet meer mag sturen van het bestuur. “Dat ik stop is puur dat het bestuur zich niet aan hun afspraken houdt. Tuurlijk is het logisch dat een betaalde trainer de touwtjes in handen hoort te hebben, maar als men dat vooraf anders afspreekt, vind ik niet dat je dat zomaar kan veranderen. Dat gelul dat ik zogenaamd niet samen wil werken met Bruins is natuurlijk onzin. We hadden er goede afspraken over en dat gooit het bestuur gewoonweg in de prullenbak. Ze veranderen de boel alleen maar om geen gezichtsverlies te lijden voor de omstanders. Ga je goed ouwe.”

Daar heeft de Boner een punt. Afspraak is afspraak en dan moet je als bestuur niet terugkrabbelen. Terugkomend op wat Robert al eerder in de supermarkt zei. Niet chic. Dat is het juiste woord. Het bestuur heeft gewoon niet chic gehandeld. Dit had men vooraf moeten doen.  En niet op dit moment, nu de competitie alweer vijf weken aan de gang is. Nee, dit verdient absoluut niet de schoonheidsprijs.

Volgens de complotdenkers in ons team is het allemaal doorgestoken kaart. “Ze hebben gewoon afgesproken dat de Boner een paar weken als coach mocht opereren, waarna Gerard het zou overnemen. we zijn er gewoon allemaal ingestonken.” Ja, het zou kunnen. Wie het weet, mag het zeggen.

Overigens, met Gerard aan het roer blijft het voetbal nog steeds armetierig. We verloren zaterdag kansloos met 5-0 van Angelslo. Udo constateert op de app terecht dat er geen sprake was van een shock effect.

De Boner moet keuzes maken

De Boner moet keuzes maken

Verleden week werden we nog kansloos van de mat gespeeld door een goed Meppel 3. Met een 5-0 nederlaag mochten we niet eens klagen. Het is dat Pieterman op dreef was en enkele goede reddingen verrichtte, want anders waren we helemaal de bietenbrug opgegaan. Op de terugweg werd in de auto dan ook flink gemopperd. Het was een slappe zooi, sommige spelers moesten meer inzet tonen, de Boner begreep er taktisch niets van. Kortom,  er moest wat gebeuren.

Een week later is het alweer heel anders na de 6-0 overwinning op De Weide 4. Niets zo opportunistisch als de voetbalwereld, ook in de Drentse boerenbond. De donkere wolken die boven ons elftal samenpakten zijn zomaar verdwenen en plotseling zien we de toekomst weer zonnig tegemoet. Om het kampioenschap gaan we niet strijden aldus Gerard Tent, maar “een plek in de middenmoot moet te doen zijn.” Waarvan akte.

Maar om die middenmoot te halen, moet de Boner keuzes maken. We hebben geen super elftal, daarvoor ontbeert gewoonweg de kwaliteit. We hebben een paar voetballers die goed kunnen voetballen en de rest moet het vooral van hard werken hebben. Het is zoals het is.

Dat betekent dat die goede voetballers in principe altijd moeten voetballen en dat de rest geregeld op de reservebank moet plaatsnemen. En wie de goede voetballers zijn? Ik kan er zo een paar opnoemen zonder volledig te zijn. Ik denk aan een Gerard, Robert (als ie fit is), Dennis, Chris, Arno, Erwin. Wie ik nu niet genoemd heb, sorry. Ik zeg uithuilen en opnieuw beginnen.

Nog even over de Boner en taktiek. Marco is de eerste om aan te geven dat dat zijn sterkste punt niet is. Maar dat wisten we al, zodat daarover zeuren weinig zin heeft. Het lijkt me dat we met zijn allen mans genoeg zijn om de beste opstelling per wedstrijd neer te zetten. En als ik Marco was zou ik de opstelling van te voren even met een of twee spelers doorspreken. Of overleg anders een keer met Gerard Bruins wat volgens hem de beste opstelling is. Heeft ie vast wel een mening over.

O ja, nog een ding. Wijs per wedstrijd ook twee lui aan die de kleedkamers moeten schoonmaken. Ervaring leert dat we dat onderling zelf niet kunnen regelen. Wat dat betreft zijn voetballers net kleine kinderen.